Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zeer nauwkeurig dient gelet te worden op symmetrische plaatsing van het kind. Goede foto's verkrijgt men slechts als men momentfoto's kan nemen. Wil men nauwkeurig de grootte van het hart vaststellen, dan kan men de orthodiagraphie te hulp roepen, waarvan het voornaamste beginsel is, dat de afstand van de buis zoo groot wordt genomen, dat de projectie ongeveer even groot is als het hart. Aldus gelukt liet gemakkelijk een hypertrophie en dilatatie vast te stellen. Ook een ectopia cordis of congenitale hartmisvorming kan door het radiologisch onderzoek worden vastgesteld.

4 BLOEDSDRITKMETING, SPHYGMOMETRIE, ELECTROCARDIO-

GRAPHIE.

Om bij een jong kind de bloedsdrulc te meten moet men gebruik maken van een smallere manchet (van 4—6 c.M. breed), wil men eenigszins betrouwbare uitkomsten verkrijgen. De druk zelf meet men men met behulp van een der bekende toestellen van Riva-Rocci, of Pachon.

De daarbij verkregen cijfers zijn geheel afwijkend van die bij volwassenen. Aan Gundobin1) ontleen ik de volgende cijfers, die gemiddelden zijn van onderzoekingen met het toestel van GSrtner5) verricht. Vanaf de 1ste levensweek blijft de bloedsdriik vrijwel stationair:

81 —84,5 bij jongens;

77,7— 83,5 bij meisjes.

Vanaf het 9e jaar stijgt deze geleidelijk, totdat ze is geworden omstreeks 12 jaar: 104,8 bij jongens;

103, bij meisjes.

Daarentegen hadden de onderzoekingen, die Nobécourt vermeldt en die verricht zijn met de oscillometer van Pachon tot uitkomst, dat de bloedsdruk geleidelijk regelmatig stijgt

de maximale van 90 (1 jaar) tot 130 (12 jaar);

de minimale van 45 (1 jaar) tot 80 (12 jaar).

De registratie van de pols aan arterie en vena of hartstoot is slechts bij oudere kinderen vrij gemakkelijk toe te passen met behulp van een cardio-sphygmograaf van Jacquet of van een polygraaf van Mackenzie. In Leiden is het onderzoek met den electrocardiograaf van Einthoven gemakkelijker: het geeft in den regel veel beter inzicht.

Terwijl ik voor de techniek van deze onderzoekingsmethoden verwijs naar speciale boeken3), wil ik hier even kort trachten aan te geven, welke de beteekenis is van beide methoden.

') 1. c. p. 121.

2) cf. Sahli, Lehrbucli der Klin. Untersucli. methoden.

3) Lf.wis, The mechanism of the heartbeat. 1911.

J. B. Polak, Het eleetrocardiograin. Dias. Amsterdam.

15

Sluiten