Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sufferig en slaperig. Voor een deel is deze sufheid het gevolg van hoofdpijn, of andere onaangename nerveuze symptomen als oorsuizen, duizeligheid. De slaap der kinderen is dikwijls onrustig. Men ziet herhaalde epileptiforme aanvallen, die volgen op aanvallen van allerheftigste benauwdheid en dyspnoe, waarbij de pols klein is, de cyanose angstwekkend wordt en men vreest, dat het kind zal sterven.

De anatomische oorzaak van deze vorm van aangeboren hartaandoening is meestal een gecompliceerde. Er bestaat een stenose van de Art. pulmonalis met open blijven van septum atriorum en septum ventriculorum of van een van beide, transpositie van de groote vaten, enz. Van de vorm dezer afwijkingen hangt af, welke verschijnselen men bij objectief onderzoek zal vinden. Allen gemeen zijn, dat er in de hartstreek sterke pulsaties te zien zijn, dat de ictus versterkt is, dat de hartdolheid vergroot is naar rechts en links, terwijl meestal ook, maar niet altijd, een frémissement te voelen en geruischen te hooren zijn. Dat deze laatste nog al dikwijls ontbreken is belangrijk, omdat men, als men dit niet weet, gevaar zou loopen een aangeboren hartaandoening niet te willen aannemen, omdat men geen geruischen hoort.

Hier volge, nog welke verschijnselen er bij enkele afzonderlijke hartaandoeningen gevonden zijn.

1. Open septum atriorum (foramen ovale). Hoewel sommigen meenen, dat deze afwijking soms in vivo herkend kan worden door een praesystolisch geruisch, is de meerderheid der schrijvers van oordeel, dat de afwijking zich niet door een geruisch manifesteert. Cyanose ontbreekt vaak, en kan als er door een longaandoening een verhoogde druk in het rechterhart ontstaat, vrij plotseling optreden en blijven bestaan.

2. Open ductus Botalli. Ook deze afwijking geeft weinig duidelijke verschijnselen. Meestal bestaat er een hypertrophie van het rechter hart en is.de patiënt minderwaardig in zijn hartfunctie. Volgens Fran§ois Franck *) zoude herkenning soms mogelijk zijn aan de volgende symptomen: een geruisch, dat links naast de wervelkolom op de rug te hooren is ter hoogte van de 3e en 4e dorsaalwervel, welk geruisch tijdens de inspiratie duidelijker wordt. De pols vertoont de merkwaardigheid, dat op 4 of 5 krachtige slagen een serie van 5 of 6 zwakkere uitslagen volgt. Ook deze verschillen in grootte van de pols hangen samen met de ademhaling. Maar het schijnt zelden voor te komen, dat men uit deze symptomen het bestaan van een open ductus Botalli kan afleiden.

3. Stenose van de Art. pulmonalis. Hier hoort men een oppervlakkig, krachtig, blazend soms ruw geruisch, dat het duidelijkst te hooren is in de 2e intercostaalruimte links naar het sternum. Yan hieruit plant het geruisch zich in alle richtingen voort, het sterkst in een lijn schuin naar boven. In ongecompliceerde gevallen is er hypertrophie van de rechter kamer.

4. Transpositie der groote vaten, waarmee de kinderen zelden ouder worden dan enkele weken of maanden, geeft het typische ziektebeeld van een morbus coeruleus.

De physische symptomen zijn weinig typisch.

') Moussous. Mal. congenitales du coeur in Grancher et C.omby. T III. p. 740.

Sluiten