Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geruisch bij een open septum ventriculorum te verklaren, doordat het gat te groot is. Bij de stenose van de Art. pulmonalis kan het geruisch ontbreken, omdat niet het os'tium van de arterie vernauwd is, maar de arterie over zijn geheele lengte.

De hypertrophie van het hart is in den regel ook logisch af te leiden uit de belemmering, die de bloedstroom in de arterie ondervindt, welke uit de kamer, die h3pertrophisch wordt, ontspringt. Doordat de kamer meer kracht moet zetten, wordt deze hypertrophisch. Hartkloppingen, benauwdheid, kortademigheid, aanvallen van syncope of epileptiforme krampen zijn teekenen van insufficientia cordis, ontbreken bij tal van patiënten geruimen tijd, en de wijze van hun ontstaan is dus reeds boven besproken.

De cyanose evenwel der lijdertjes aan een aangeboren hartgebrek is niet als een teeken van een insufficientia cordis op te vatten. Men is het er nog niet over eens, hoe ze ontstaat. Stellig is niet een enkele oorzaak voldoende ter verklaring. Oorspronkelijk meende men, dat de vermenging van arterieel en veneus bloed steeds de eenige oorzaak was. Later heeft men ook waarde toegekend aan de trage circulatie van het bloed in de capillairen en venae, en aan de onvoldoende verversching met zuurstof in de longalveolen door de trage circulatie van het bloed in de capillairen van de long. Daarbij komt nu nog een ander moment, waarop Keehl en Vaquez de aandacht gevestigd hebben, de polyglobulie.*) Men ziet deze vermeerdering van het aantal roode bloedlichaampjes, waarbij ook het haemoglobinegehalte verhoogd is, voornamelijk bij de vernauwing van de arteria pulmonalis. Men vindt getallen van 6—8 millioen chromocyten per m.M3., soms nog veel hoogere. Ook de totale hoeveelheid bloed is vermeerderd. Elk rood bloedlichaampje is grooter dan gewoonlijk.

Deze polyglobulie is op te vatten als een nuttige reactie van het lichaam op de insufficientie van het zuurstoftransport door het lichaam.

Bij uitzondering komt de polyglobulie ook voor bij een chronische cyanose, die het gevolg is van eèn verkregen hartaandoening.

PROGNOSE.

Onder de aangeboren hartgebreken zijn er een aantal, waarbij het kind niet ouder wordt dan enkele dagen of weken. De stenose van de aorta of het bestaan van een gemeenschappelijke truncus arteriosus zijn zeldzame, nog niet genoemde afwijkingen, waaraan

*) cf. Traité du gang van Gilbert et Weinbekg. T. I. p. 220. Ch! Aubertin. Les polyglobulies.

Sluiten