Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sinus-arythmie, waarbij de phasen van onregelmatigheid niet afhankelijk zijn van de respiratie, zoodat ze blijven bestaan als de adem wordt ingehouden. De langzamer en sneller hartsactie wisselen onregelmatig met elkaar af. Bijna altijd is de pols hierbij langzaam. Men ziet deze vormen vooral na digitalis-toediening. Ze staan ook onder invlofed van den N. vagus.

Al deze onregelmatigheden verdwijnen, als de pols door koorts, inspanning of atropine-toediening frequenter wordt.

Normaal. Sinusarythmie.

In bovenstaande schemata is getracht duidelijk te maken, hoe de sinusarythmie ontstaat. De bovenste kleine rechthoekjes geven aan de atriumcontracties (A), terwijl do ondersto broedore rechthoeken do langer durende kamercontracties (V) voorstellen. Het verbindende lijntje is dus de geleiding in de bundel van His.

Normaal is, dat de duur van de voortgeleiding van de contractie van A naar V even lang is, dat de onderlinge afstand der atrium-contracties even groot is (en dus ook der ventrikelcontracties). Bij de sinus-arythmie is de geleiding normaal, en is do eenige afwijking, dat de onderlinge afstand tusschen de atriumcontracties telkens wisselt.

De groote beteekenis voor den medicus ontleenen deze onregelmatigheden daaraan, dat men het kind niet als ziek beschouwen en als zoodanig behandelen moet, omdat het deze sinus-arythmie vertoont. Want er is geen enkele reden om te meenen, dat het kind in eenig opzicht minderwaardig zou zijn.

De prognose is dus volmaakt gunstig.

De diagnose is bij de respiratoire vorm zeer gemakkelijk.

Wanneer de onregelmatigheid niet met de phasen van de respiratie wisselt, dan kan men trachten na te gaan, of bij diepe ademhaling deze invloed toch voor den dag komt. Een kromme van de arteriepols is voldoende om aan te toonen, dat elke hartscontractie steeds precies gelijk van grootte en duur blijft. Dat er geen verschil is in de afstand tusschen kamer- en voorkamer contractie, leert de opgeschreven venapols. Zeer duidelijk komt een en ander uit in een electrocardiogram, waarbij men voor oogen ziet, dat de verschillen in frequentie eenig en alleen afhangen van de afstand tusschen het eind van de T top en het begin van de P top, dus van de duur van de diastole van het hart. (Zie fig. 96).

Sluiten