Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

specialistische methoden meestal kunnen worden gediagnosticeerd.

Wij zullen achtereenvolgens kort beschrijven:

1. Congenitale larynxstridor.

2. Laryngitis.

a. catarrhalis.

b. stridula, of pseudocroup.

Voor angina diphtherica, zie deel I, blz 33.

1. STRIDOR LARYNGEUS CONGENITUSJ).

Bij kinderen tot het tweede levensjaar, zelden bij oudere, komt een eigenaardige stridor voor, die vanaf de geboorte bestaat, en die veroorzaakt wordt door een eigenaardige vorm van de larynx.

SYMPTOMEN.

De verschijnensen worden reeds in de eerste dagen na de geboorte bemerkt. Het eigenaardig krassende geluid is te hooren tijdens de inspiratie, wordt sterker bij sneller en krachtiger ademhaling, en gelijkt dan op het gekakel van een kip. Als het kind huilt, is de klank van de stem in het geheel niet veranderd. Het geluid wisselt in intensiteit en karakter soms vrij sterk. Ook als het kind slaapt, is het meestal zwak aanwezig. Er bestaan bij krachtige ademhaling duidelijke intrekkingen van de zijdelingsche thoraxdeelen en van het jugulum, maar er is geen cyanose en het kind heeft het heelemaal niet benauwd, ligt rustig en kalm rond te kijken.

Als men met een spatel de tong naar beneden drukt, kan men meestal gemakkelijk do epiglottis te zien krijgen, die dubbelgevouwen is, zoodat de zijranden tegen elkaar komen.

Het verloop is meestal zoo, dat het krassende geluid bij de ademhaling in de eerste weken al duidelijker wordt en dan blijft bestaan totdat het kind een maand of 9 is. Hierna neemt het af, en treedt nog slechts af en toe op.

PATHOGENESE EN AETIOLOGIE.

De larynx, is bij deze kinderen vernauwd, doordat de plicae ary-epiglotticae slechts een nauwe spleet openlaten, en bij elke inspiratie wordt dan het weeke, slappe weefsel naar binnen gezogen, waardoor het stridorgeluid veroorzaakt 1 wordt. Maar Thomson meent, dat deze afwijking van de larynx het ontstaan der verschijnselen niet verklaart en dat daarbij een slechte

') John Thomson, in Grancher et Comby, III, p. 113.

Sluiten