Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoest het ergst zijn bij neuropathe kinderen. Wanneer er een bronchitis of andere ziekte van luchtwegen of long bestaat, waarbij sputum geproduceerd wordt, dan wordt de hoest losser. Men ziet het kind dan bovendien na een hoestbui een slikbeweging maken, waarmee hetgeen uit de trachea is opgehoest, in den oesophagus verdwijnt. Vaak kan men waarnemen en is dit de ouders reeds opgevallen, dat het kind pijn heeft, als het hoest. Dit is niet met zekerheid af te leiden uit het huilen, dat het kind bij elke hoestbui doet maar beter uit het pijnlijk vértrekken van het gezicht en het inhouden van de hoest. Zeer belangrijk is ook, of de hoest in aanvallen optreedt, zooals voor tussis quinta typisch is en of bij het hoesten wordt gebraakt, wat behalve bij deze infectieziekte, ook bij allerlei andere ziekten voorkomt, en dan door het persen ontstaat.

Indien het kind daartoe oud genoeg is, vraag men naar hetgeen het kind ophoest, of dit groenachtig-slijmerig is, dan wel bloederig enz. meer {zie sputum-onderzoek).

Meer beteekenis heeft de vraag naar de aanwezigheid van verschijnselen, die een verkleining van het ademhalingsoppervlak aantoonen. Als zoodanig noem ik de kortademigheid, en benauwdheid, het voortdurend steunen en kreunen bij de ademhaling, en de cyanose. Of deze belemmerde ademhaling van vernauwing der bronchi zooals bij asthma of bronoheolitis, dan wel van uitschakeling van een deel van de long, zooals bij een groot pleuraexsudaat of een uitgebreide pneumonie, afhankelijk zijn, zal niet onmiddellijk door navragen zijn vast te stellen.

Ook kan men bij oudere kinderen vragen naar het verschijnsel pijn, en zien uit te vorschen, of de pijn aan de andere symptomen is voorafgegaan, waar de pijn wordt aangegeven, en hoe deze uitstraalt, welk karakter zij heeft en of ze door de ademhaling, door het hoesten verergerd wordt. Zeer dikwijls wordt bij kinderen de pijn, die van een lichte pleuritis afhankelijk is, dus uit een begin van een pneumonie, in de buik aangegeven.

Behalve het stellen van vragen naar verschijnselen, die afhankelijk zijn van een ziekte van long en luchtwegen, moet men ook trachten te weten te komen, hoe zich deze symptomen ontwikkeld hebben, hoe lang geleden en in welke volgorde ze zijn opgetreden, en welke andere ziekten of ziekelijke verschijnselen er bovendien aanwezig waren. Ik kan hiervoor verwijzen naar de afzonderlijke hoofdstukken.

Sluiten