Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot grootere plekken conflueeren. Het zijn zeer veel voorkomende afwijkingen die vooral zwakke, debiele en zieke kinderen treffen, voornamelijk op de leeftijd beneden 3 jaar.

SYMPTOMEN.

De verschijnselen, die men bij kinderen met bronchopneumonieën waarneemt, zijn allereerst die van een insufficiëntie van de long. Het kind is zeer dyspnoïsch, kortademig, heeft een frequentie van de respiratie, die tweemaal of meermalen grooter is dan de normale, zoodat, hoewel ook de pols zeer frequent is geworden in den regel toch de verhouding van 1 :4 verbroken is. De respiratie is daarbij oppervlakkig en er is geen duidelijke expiratoire dyspnoe, geen verlenging van het expirium. Welhaast altijd is er neusvleugelademen. De kleur van het kind is wat cyanotisch, maar onder invloed van de infectie bovendien bleek, zoodat het kind er zeer slecht uitziet. Dit uiterlijk wordt nog slechter door de vermagering en het vochtverlies, die bij deze infectie nooit ontbreken. Ook maakt het kind duidelijk den indruk zich onpleizierig te voelen en gehinderd te worden door benauwdheid. Het ligt van tijd tot tijd te steunen bij de ademhaling, waardoor deze indruk versterkt wordt.

Het kind hoest veel, en ook daarbij krijgt men de indruk, dat het onaangename sensaties heeft, hoewel pijn bij het hoesten zelden schijnt voor te komen. Bij de slechte algemeene toestand en zwakte van vele kinderen met Bronchopneumonieën behoeft het niet te verbazen, dat het hoesten ook zwak is en dat het kind voortdurend kucht om te trachten zijn bronchi van het exsudaat te ontdoen.

Bij onderzoek van de longen vindt men teekenen van een diffuse bronchitis, die meestal hier wat erger daar wat minder is, maar waarvan de verschijnselen sterk plegen te wisselen. Als men beiderzijds achter nauwkeurig onderzoekt, dan vindt men kleine plekjes, waar de afwijkingen van dien aard zijn, dat men ze door een bronchitis niet kan verklaren. Trouwens hoewel op deze plaatsen de afwijkingen het meest voorkomen en men daar het eerst moet zoeken naar de symptomen van infiltraatjes, ziet men ze af en toe ook op andere plaatsen, zooals naast de hartdofheid, of in de long verspreid. De teekenen, waaraan men de aanwezigheid van infiltraatjes klinisch herkent, zijn dat de percussietoon korter is, wat tympanitisch en vaak ook wat hooger van toon is. De beoordeeling wordt eenigszins bemoeilijkt, doordat de bronchopneumonische haardjes aan beide kanten plegen voor te komen, maar toch is bijna altijd de eene kant ernstiger ziek dan de andere, zoodat er bij physisch' onderzoek duidelijke verschillen

Sluiten