Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

af. Soms zijn deze symptomen op zichzelf alarmeerend. Dit is begrijpelijk, omdat de bronchopneumonieën bij voorkeur zuigelingentreffen, die reeds chronisch ziek zijn, en waarbij de infectie dan de tolerantie voor het voedsel zoo doet dalen, dat veel kleinere hoeveelheden dan de voor goed groeien vereischte, niet meer verdragen worden (zie deel I, blz. 354). Ook bij oudere kinderen komen trouwens maagdarmsj'mptomen bij bronchopneumonieën voor. Indien ze niet op dezelfde wijze ontstaan, kan men nog denken aan de mogelijkheid, dat het ingeslikte sputum de oorzaak is.

Van den algemeenen toestand van het kind hangt het af, of de temperatuur van het kind belangrijk verhoogd zal zijn. De regel is, dat deze onregelmatig remitteerend hoog is, en zich niet aan een vast type houdt. Maar zeer debiele zuigelingen, vooral pasgeboren of te vroeggeboren kinderen kannen bij een bronchopneumonie normale of vaker subnormale temperatuur vertoönen.

Het is niet zeldzaam, dat als complicaties andere localisaties van dezelfde (of andere) microben optreden. Zeer gewoon is een otiiis media. Ook pyelitis en pyodermie zijn geen uitzondering. Pleuritiden, die zelfstandige klinische beteekenis krijgen, zijn daarentegen bij deze bronchopneumonieën veel zeldzamer dan na een lobaire pneumonie. Vaak komen convulsies als complicatie voor, doordat de ziekte kinderen treft met latente tetanie öf doordat er een meningeaalprikkeling bestaat.

Het verloop der bronchopneumonieën is moeilijk te voorspellen. Omdat ze voornamelijk bij debiele slappe kinderen voorkomen, of na heftige acute infectieziekten (mazelen, griep, kinkhoest e.a.) is de kans op genezing vrij slecht. De duur van de ziekte is meestal bij gunstig verloop een dag of 14. Maar soms duurt de ziekte slechts enkele dagen, en dan weer volgt op een schijnbare genezing een rechute, die de duur der ziekte verlengt. Ook herhaalde aanvallen van bronchopneumonieën met langere tusschenpoozen kunnen voorkomen.

AETIOLOGIE.

Bronchopneumonieën worden veroorzaakt door pneumococcen, streptococcen, staphylococcen, colibacillen of andere microben. Maar klinische ervaring is reeds voldoende om duidelijk te maken, dat bij deze ziekte de microbe, nu ja, er bij noodig is, maar toch niet de oorzaak van de ziekte is. Het terrein moet voor hem zijn voorbereid.

Dikwijls is deze voorbereiding het werk van andere infectieziekten. Zeer gevreesd zijn in dit opzicht de mazelen, influenza en kinkhoest, omdat deze zoo dikwijls door bronchopneumonieën

Sluiten