Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verscheidenheid aantreffen. Evenals bij elke andere infectieziekte komen convulsies voor, vooral in het begin, en alleen bij kinderen met een aparte constitutie, zooals neuropathie of spasmophilie, herhalen ze zich telkens weer. Maar nog een andere omstandigheid kan oorzaak zijn dezer voortdurende convulsies. Het komt nog al eens voor, dat er bij een pneumonie, en van oudsher zijn de aandoeningen van de bovenkwab daarvoor berucht, meningeale verschijnselen optreden. Deze zijn ongetwijfeld het gevolg van een zeer lichte aseptische en geneeslijke meningitis, zoodat het geen zin heeft om te spreken van meningisme (Dupeé). Men vindt dan een duidelijke nekstijfheid, een verschijnsel van Kernig, en als men lumbaalpunctie verricht, die soms belangrijke verbetering geeft, blijkt de druk wat verhoogd te zijn en het vocht te veel cellen te bevatten.

Evenals volwassenen zijn kinderen met pneumonie vaak in de war, willen ze hun bed uit, praten verward, weten niet waar ze zijn, hallucineeren. Ook dit verschijnsel is bij neuropathe kinderen sterker.

De urine bevat meestal wat albumine, soms ook enkele cilinders, en vrij veel urobiline. De vocht- en keukenzoutretentie, die tijdens een pneumonie pleegt voor te komen, en waardoor het kind vaak wat bol in het gezicht ziet, en waardoor het in gewicht pleegt aan te komen tijdens de ziekte, is evenwel niet aan een functiestoring van de nier te wijten. Als men bij pneumonie de keukenzoutuitscheiding met de urine bepaalt, vindt men zeer geringe cijfers.

Het sputum van kinderen met lobaire pneumonie is taai en kleverig en soms ook door bloedkleurstof bruinachtig of roestkleurig. Bij mikroskopisch onderzoek vindt men aanvankelijk enkele, later veel meer polynucleaire leucocyten en enkele alveolairepitheliën. Bovendien ziet men talrijke pneutnococcen. (Zie fig. 99.) Wil men zekerheid omtrent de diagnose dezer microben dan doet men beter een muis in te spuiten, in wiens hartebloed men na 24 uur pneumococcen vindt.

Bij objectief onderzoek van het kind hoort men in den beginne vaak nog niets afwijkends Wel valt do sterke dyspnoe met het neusvleugelademen op, maar duidelijke verschillen in bewegelijkheid zijn bij jonge kinderen moeilijk te interpreteeren. Ook is de gelegenheid om een pneumonie aan "een crepitatie, die het gevolg is van het losspringen van de verkleefde longalveolen, te herkennen, vrij zeldzaam. De eerste duidelijke verschijnselen zijn meestal een klein verschil in percussietoon, die tympanitisch en hooger van klank kan zijn, een versterkte bronchophonie en een veranderd ademgeluid. Dit is soms verzwakt, vaker zoo veranderd, dat het

Sluiten