Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kind oud genoeg is om sputum op te hoesten, is dit sanguinolent. Maar pas na een week wordt de tuberculeuze aard van de pneumonie duidelijk, doordat de temperatuur hoog blijft, en de algemeene vermagering en slapte toenemen. Men vindt nu weldra teekenen van verweeking en holtevorming en in een paar weken is het 3e stadium van de longtuberculose bereikt. Zeer snel gaat de toestand nu achteruit en na eenige weken sterft het kind aan een acute tuberculose.

4. CHRONISCHE VORMEN VAN LONGTl BERCULOSE.

Deze worden gevonden bij zuigelingen, die ouder zijn dan 6 maanden, zelden bij kinderen tusschen 2 en 10 jaar, en komen boven 10 jaar weer veel vaker voor.

Bij de oudere kinderen is het verloop en den localisatie van de ziekte ongeveer hetzelfde als bij volwassenen, en onderscheidt zich slechts daarvan, dat het sneller progressief is. Bij zuigelingen is deze chronische vorm in vele opzichten afwijkend. Allereerst is er sterke vergrooting en verweeking van de lymphklieren aan de hilus, welke moeilijk is te scheiden van de afwijking in de long, daiar deze om de lymphklieraandoening heen is gegroepeerd. De wand van een holte, die zich in het tuberculeuze weefsel kan vormen, is zoowel door long als door klier gevormd. De afwijkingen zijn dus zelden in de top het ergst. Merkwaardig is ook, dat de ziekte langen tijd zonder koorts kan verloopen. De chronische vorm van de tuberculose der kinderen tusschen 2 en 10 jaar is de tuberculose der bronchiale lymphklieren.

SYMPTOMEN.

a. Oudere kinderen.

Het begin van de ziekte is zelden acuut. Het meeste komt voor, dat de chronische tuberculose van de long volgt op een tuberculose van de bronchiale lymphklieren. Soms is er reeds een acute vorm voorafgegaan. Dit kan zijn geweest een tuberculeuse bronchopneunomie of een typhobacillose, zelden ook een kazige pneunomie, of een pleuritis of peritonitis. De verschijnselen dezer laatste aandoeningen genezen langzamer dan ooit en het kind blijft slap en zwak.

Men merkt in elk geval bij oudere kinderen op, dat het kind voortdurend hoest en kucht. Soms heeft dit hoesten het karakter van een kinkhoestachtige hoest, hetgeen evenwel een verschijnsel is van de zwelling der bronchiale tymphklieren (zie mediastinum). Ook is er kortademigheid. Sputum wordt door jongere kinderen zelden spontaan opgehoest. Men vindt in het holtestadium van

Sluiten