Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staat men in goedaardige gevallen voor groote moeilijkheden.

Zoolang er geen demping, geen rhonchi, geen bronchiaal ademen zijn, dus zoolang het tweede stadium nog niet is bereikt, kan men zeer moeilijk zeggen, welke beteekenis de afwijkingen hebben. Genezen longaandoeningen kunnen dezelfde lichte verschillen in percussie, ademgeluid en excursie van de thorax geven. Maar vooral de onderscheiding van een bronchiaallymphklierzwelling is vaak moeilijk. (Zie deze). Van den anderen kant moet men bij kinderen niet te snel aannemen, dat er een caverneuze vorm der longtuberculose bestaat, omdat er subacuut verloopende bronchopneumonieën voorkomen van niet-tuberculeuzen aard, die veel op de tuberculose kunnen gelijken. Vooral ook bij bronchiectasen kan de onderscheiding moeilijk zijn. (Zie deze). Evenwel zal men hiér groote beteekenis mogen toekennen aan een onderzoek van het sputum naar tuberkelbacillen, (fig. 103) desnoods na toepassing van de homogenisatie van het sputum. Voor de diagnose hebben bij oudere kinderen de tuberculinereacties slechts weinig beteekenis (zie deel I).

len slotte schijnt er bij congenitale syphilis een longaandoening als groote zeldzaamheid voor te komen, die op tuberculose gelijkt. De overige symptomen moeten in dit geval den weg wijzen.

PROGNOSE.

Terwijl de prognose der acute vormen van longtuberculose, zooals reeds is opgemerkt, zeer slecht is voor de miliairtuberculose, en de kazige pneumonie, en ook een tuberculeuse bronchopneumonie een ongunstig verloop pleegt te nemen, is de kans op herstel van de longtuberculose, die chronisch verloopt,-veel beter. Maar dit is eigenlijk slechts juist, zoolang er onzekerheid omtrent de diagnose blijft bestaan, want zoodra door klinkende rhonchi en bronchiaal-ademen en demping, of de vondst van tuberkelbacillen het bestaan van een tuberculeus infiltraat onomstootelijk vaststaat, is de kans op herstel bij kinderen gering. Dat geldt op dezelfde wijze van de tuberculose bij zuigelingen *): slechts, zoolang er twijfel gerechtvaardigd blijft aan de juistheid van de diagnose longtuberculose en zoolang men dus niet zeker kan zeggen, of de afwijkingen toch nog berusten op lymphklierzwelling, kan men de prognose nog eenigszins gunstig noemen. Het hangt bovendien van de leeftijd van het kind en van de infectiekans af, of er dan groote of geringe kans op herstel bestaat.

*) Gorter. De prognose van de tuberculose bij kinderen beneden twee jaar. Ned. Maandschrift enz. 197, p. 119.

Sluiten