Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ming kan voorkomen. Ook bij acute ziekten komen gezwollen lymphklieren voor, zooals bij kinkhoest, broncho-pneumonieën. Ook aan de thymushyperplasie (zie deze) moet worden gedacht.

THERAPIE.

Deze is die van elke andere tuberculose. (Zie deel I.)

Het lijkt mij af te raden om bij een intrathoracale lymphklier te willen trachten verbetering te bereiken door bestraling met Röntgenstralen. W^ant aangenomen, dat deze diep genoeg doordringen kan om succes te hebben zonder schade te doen, is het voldoende om zich de verweekende invloed dezer bestraling bij halslymphkliertuberculose te herinneren om huiverig te worden voor deze therapie. Een verweeking met doorbraak van een tuberculeus veranderde lymphklier heeft altijd ernstige gevolgen (longabsces, absces van het mediastinum).

THYMUSHYPERPLASIE.*)

De vergrooting van de thymus, die veroorzaakt kan worden door een status thymico-lymphaticus, door tal van chronische infecties en intoxicaties geeft een reeks verschijnselen, waarvan het meerendeel tot de pathologie van het mediastinum behoort.

SYMPTOMEN.

Bij physisch onderzoek vindt men een demping onder het manubrium sterni, die er naar rechts en links uitsteekt en die vaak de vorm heeft van een driehoek met de basis naar boven. Bij radiologisch onderzoek blijkt er een verbreeding te zijn van de schaduw, die door de groote vaten, de wervelkolom en het sternum gevormd worden, waarbij de schaduw ook buiten het sternum zijdelings uitsteekt en het breedst is aan de basis van het manubrium sterni. Soms vindt men slechts deze beide symptomen van een thymushyperplasie (zie fig. lila).

Er kan bij komen, dat er in het jugulum boven het manubrium sterni een zwelling zichtbaar wordt bij expiratie of hoesten en schreeuwen, en dat men dan voelen kan, dat de zwelling veroorzaakt wordt door een vast orgaan. Een onderzoek naar het symptoom van Smith is niet geoorloofd, omdat de benauwdheid daarbij plotseling kan verergeren.

Tengevolge van compressie ontstaat de dyspnoe, die voortdurend aanwezig kan zijn en dan aanvalsgewijs nog erger wordt,

') Marfan, Arch. de méd. dea enf. 1910, p. 801.

Sluiten