Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overgangen bestaan. In geen geval kan men de vroegere anaemie van von Jaksch als morbus sui generis opvatten.

LTCHTE ANAEMIEËN VAN OUDERE KINDEREN.

Bij oudere kinderen ziet men geringe anaetnieën zeer dikwijls, indien de kinderen onvoldoende gevoed worden, niet genoeg licht en lucht krijgen en slecht gehuisvest zijn. Maar daarnaast komt een eerste plaats toe aan de chronische darmstoringen als oorzaak van anaemieën. Ook bij tal van infecties, die lang duren, ontstaan deze lichte anaemieën. Men is onvoldoende ingelicht over de beteekenis der latente infecties voor het ontstaan dezer ziekelijke afwijking: het hangt nog steeds grootendeels af van de willekeur van den medicus, of hij aan het bestaan van een bronchiaalkliertuberculose, of aan een geringe chronische infectie van de nasopharynx waarde wil toekennen voor het ontstaan van een anaemie.

Het karakter dezer anaemieën is zeer weinig eigenaardig. Want teekenen van bloedregeneratie van eenige beteekenis ontbreken evenzeer als die van een bloedafbraak. Zoowel de chromocyten als het haemoglobinegehalte zijn verminderd, nu eens is de kleurindex vrij laag dan vrij hoog, maar beteekenis heeft dit verschil niet.

De klachten der kinderen zijn zeer sterk afhankelijk van de eigenaardigheden van hun zenuwstelsel. Wat men van de ouders te hooren krijgt, hangt dus ook weer af van de zorg en de belangstelling, waarmee de kinderen worden geobserveerd: in neuropathen-families is de rij der klachten het langst. Meestal is het bleeke uiterlijk de reden van het bezoek aan den medicus, vaak ook de moeheid en lusteloosheid. Soms wordt over hoofdpijn, duizeligheid, oorsuizen of sterretjes zien geklaagd.

ERNSTIGE ANAEMIEËN VAN OUDERE KINDEREN.

Terwijl ernstige vormen van anaemie bij jonge kinderen even frequent zijn als lichte vormen bij oudere, ziet men de ernstige anaemieën bij oudere kinderen zelden. En daarbij is de verscheidenheid der klinische ziektebeelden vrij groot.

De typische vormen van de anaemia plastica gravis ziet men op dezen leeftijd niet meer. Meestal zijn het anaemieën zonder zeer bizondere kenmerken, waarbij al de verschijnselen, die bij de lichte anaemieën beschreven zijn, wat erger zijn uitgevallen.

Als uitzondering ziet men bij deze oudere kinderen:

1°. de anaemia perniciosa progressiva (Addison);

2°. de anaemia aplastica,

22

Sluiten