Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE PERNICIEUZE ANAEMIE.

is«bijj kinderen zeer zeldzaam. Men vindt dezelfde kenmerken als bij de ziekte van volwassenen.

Wat het bloed beeld betreft, een hooge kleurindex met verminde-

^1%^rgrinegehalte 6n Chr0m0c^ten' vooral van deze laatste. Poikilocytose, anisocytose, kernhoudende chromocyten

vooral ook megaloblasten worden gevonden. Ook is erleucopeniè en thrombopeme. Daarbij is de ziekte gekenmerkt door een langzaam piogiessief verloop, onderbroken door remissies, die voorde ziekte karakteristiek zijn. De milt is vaak vergroot. Er isneigin^ tot huid- en slijmvliesbloedingen; vooral de retinabloedingen zouden typisch zijn. De lange pijpbeenderen en het sternum zijn pijnlijk I f6 1;chaamstemPe^tuur is dikwijls verhoogd. Bovendien

ziin er i6ran he^maaSdarmkanaal belangrijk gestoord te ,Jf .' , ,S .aC lylia gastnca en in de voorgeschiedenis vindt men altijd chronische diarrhoe. De patiëntjes zien geelwit van kleur volgens Hijmans v. d. Berg is dit het gevolg van een verhoogd bilirubinegehalte van het bloedserum, hetgeen deze vorm van anaemie tegenover andere anaemieën typeeren zou.

DE APLASTISCHE ANAEMIE.')

is wat vaker bij kinderen waargenomen dan de vorige vorm. Men kan hier alle verschijnselen bezien van uit het gezichtspunt dat - door de een of andere onbekende oorzaak - alle myeloïdè functie in het lichaam vernietigd wordt. Er kan dus geen enkel teeken van regeneratie van bloed worden aangetroffen en de ziekte gaat zeer geleidelijk (zonder eenige kans op remissies) voort, waarbij de physiologische bloedafbraak eigenlijk de oorzaak van de verergering van de anaemie is. Er is nooit eenig teeken van v ei ïoogde bloedafbraak: geen urobilinurie, tenzij bij resorptie van inwendige bloeduitstortingen. Men ziet dus bij een patiënt de anaemie steeds toenemen, merkt niets van een poging van liet lichaam om de anaemie te repareeren,- zoodat ook een miltvergrootmg nooit wordt ^ waargenomen.

. ,Tn het bloe'd Vlndt men steeds minder chromocyten en behoudens intercurrent bloedverlies gaat de vermindering van het aantal ïegelmatig voort. Het haemoglobinegehalte daalt dienovereenkomstig. De kleurindex is ongeveer 1. Abnormale vormen van chromocyten ontbreken: geen anisocytose, geen poikilocytose,

') Babonneix et Paisseau, Aném. pernic. inf. avec aplasie sanguine forte, Arohiv de medec. des enfants 1916. Gorter, Areh. de med. des enf. 1918.

Sluiten