Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dikwijls hyaline degeneratie. Ook in de milt en lever vindt men ditzelfde weefsel, en op vele andere plaatsen: in long, sereuze vliezen, darmkanaal, beenderen en huid.

AETIOLOGIE.

Bij vele lijders aan maligne granuloom kan men tegelijkertijd tuberculose vinden. Men heeft daarom wel gemeend, dat de tuberkelbacil de oorzaak was van de maligne granulomen. Hiervoor bestonden nog andere argumenten dan de frequentie van de tuberculose bij patiënten met granulomen. Want als men bij patiënten, waarbij geen duidelijke tuberculose te vinden was — toch de meerderheid — lymphklieren exstirpeerde en deze bij caviae inspoot, dan zag men soms deze dieren aan tuberculose sterven. Evenwel gelukte deze proef slechts in enkele gevallen. In ieder geval bewijst ze slechts, dat er in de lymphklieren tuberkelbacillen aanwezig waren, niet dat deze ook de oorzaak waren van de ziekte. Meerdere waarschijnlijkheid scheen deze meening te krijgen door een onderzoek van Fraenkel en Much, die in de zieke lymphklieren staafjes vonden die niet zuurvast waren, maar toch door hen werden beschouwd als vormen van tuberkelbacillen, of althans, daarmee zeer verwante bacteriën.

Maar het schijnt, dat deze vondst anders moet worden verklaard en dat de oorzaak van de ziekte is een zeer polymorphe bacterie, die het eerst is beschreven en gekweekt door de Negri en Mieremet x), en die zouden zijn de bacteriëele vorm van een blastomyceet.

Door Bruting & Yates zou met deze bacterie de ziekte bij apen zijn nagebootst.

Hiermee zou dan ook de opvatting weerlegd zijn, dat er maligne granulomen voorkomen, die op tuberculose berusten en andere, die door syphilis veroorzaakt worden.

DIAGNOSE.

De herkenning van een beginnend geval van maligne granulomen is meestal zeer moeilijk, en toch voor het stellen van een juiste prognose van zeer veel belang. Vooral in die gevallen, die nogal eens zijn voorgekomen, waarin de ziekte met een acute phase begint, met een angina, met koorts, waarbij de halslymphklieren sterk zwellen, is het onmogelijk om dadelijk in het begin de juiste diagnose te stellen. Men zal in ieder geval moeten bedenken, dat tuberculeuze, syphilitische lymphadenitides en ook

l) K. Akad. y. W. te Arasterdam, 1912. Centralbl. f. Bakt. I Or. Bd. 68, 1913. Folio microbiologica IV 1916. p. 119.

Sluiten