Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van gesterilizeerde gelatine (10—20 cM3.) succes heeft. Hiervan kan men de werking moeilijk verklaren, maar volgens sommigen is zij toch dikwijls zeer duidelijk vast te stellen.

Beter voorstelling heeft men van de injectie van steriel paardeserum (desnoods diphtherieserum). 10—20 cM3. Daarvan is — evenals van elke inspuiting van een vreemd eiwit — het gevolg, dat de organen die de stoffen vormen, die aan de bloedstolling meedoen tot reactie geprikkeld worden: de lever die dus fibrinogeen en thrombogeen meer vormt, hetgeen bij alle purpura door Zéwerinsufficiëntie belang kan hebben (infecties, gele leveratrophie, intoxicaties met phosphor chloroform, As.) en de bloedplaatjes en witte bloedlichaampjes, die insufficiënt werken bij de ziekte van Werlhof en de aplastische anaemie, terwijl prikkeling der endothelia gunstig kan zijn bij de haemophilie. In deze beide laatste gevallen wordt meer thrombozym gevormd.

Men kan hetzelfde resultaat bereiken door injecties van pepton Witte waarvan men subcutaan 1—2 cM3. van een 5 % oplossing (steriel in physiologisch zout) inspuit. In dit geval heeft men geen anaphylaxie te vreezen, en kan men dus de injecties herhalen, waartegen bij de serumtherapie bezwaar bestaat.

Soms schijnt — zooals ik zelf meen te hebben waargenomen — de inspuiting van menschenbloed bij purpura infectiosa gunstig te werken. Men heeft daarbij het voordeel om tegelijkertijd krachtig de anaemie, die zich dreigt te vormen, te bestrijden. De verklaring van de werking is een andere dan van vreemd serum.

Voor de plaatselijke behandeling van bloedende wonden zal men behalve de gewone topica als terpentijn, adrenaline, ijzerchloride enz. kunnen appliceeren coaguleen (Fonio) waarvan wij de intraveneuze inspuiting ontraden. Dit coaguleen is bereid uit bloedplaatjes, en brengt dus — behalve thromboplastische stoffen — vooral thrombozym op de wond. Het zal dus altijd worden toegepast als dit onvoldoende aanwezig is, (haemophilie en bij thrombopenie).

2. MORBUS MACULOSITS WÉRLHOFII.

Een ziekte, waarbij nooit koorts optreedt, nooit teekenen bestaan van algemeen ziek zijn, en waarbij een purpura haemorrhagica wordt aangetroffen.

Wanneer men de bloedingen bij deze ziekte beschrijft, moet men ze karakterizeeren als groote plekken in de huid tot de grootte van een handpalm naast kleinere petechiën in grooten getale (zie fig. 122 en 128). Bloedingen uit mond en neus komen daarbij het meest voor, ook wel in maagdarmkanaal, minder vaak in nier of

Sluiten