Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slechts door centrifugeeren van de urine en mikroskopisch onderzoek van het sediment kan vaststellen. Men ziet meestal dan ook enkele cylinders en wat eiwit.

De tot nu genoemde localisaties der bloedingen behooren nog tot het gewone beeld der ziekte, hoewel alle tegelijkertijd niet dikwijls zijn waar te nemen. Maar ook in andere organen kunnen bij Barlow's ziekte bloedingen optreden. Zeldzaam zijn zoowel neusbloedingen als maagdarmbloedingen, evenals bloedingen onder de huid van het gelaat, of op andere plaatsen, en gewone purpuravlekken van verschillende grootte in de huid. Ook hersenbloedingen zijn voorgekomen.

De algemeene verschijnselen zijn bleekheid, spierslapte, neiging tot transspireeren, en dikwijls lichte verhooging van de temperatuur, die misschien alleen van bloedresorptie afhankelijk is. Daarbij komt een merkwaardige stilstand in de gewichtstoename1), die alleen door toediening van antiscorbutica (waarvan de calorieënwaarde vrijwel = 0 is) onmiddellijk geneest.

Aan de pijnlijkheid der beenderen beantwoorden typische pathologisch-anatomische veranderingen, die op een zeer bizonder mooie Röntgenfoto ook een typisch beeld zouden geven. Voor de diagnose der ziekte heeft deze onderzoekingsmethode in de practijk nog weinig beteekenis.

Het verloop van de ziekte hangt uitsluitend af van het oogenblik, waarop de diagnose gesteld wordt en van de ingestelde therapie. Alleen wanneer men de ziekte miskent en de behandeling te laat begint, ziet men de ernstige vormen optreden en kan men nog zelfs een letaal verloop hebben te vreezen. Maar het is opvallend, hoe snel zelfs bij de ernstige gevallen de genezing door antiscorbutica intreedt.

Het bloed van kinderen met Baelow's ziekte vertoont afwijkingen, waaraan overeenkomstige beenmergveranderingen beantwoorden, sommigen hechten daaraan de beteekenis van een sj'mptoom van de ziekte, alsof dus de ziekteoorzaak zoowel het been als het beenmerg treft2), anderen beschouwen deze afwijkingen als gevolgen van bloedverlies. Men vindt in het beenmerg een matige plastische reactie: meer myelocyten en kernhoudende chromocyten en meer polynucleaire leucocyten in het beenmerg, waarvan de capillairen gedilateerd zijn. In het periphere bloed vindt men een leucocytose met relatieve polynucleose en een heel

') Alfr. Hess, Americ. Journ. diseag of children; 1916.

'i Nobkcouut, Tixier & Maillet, Hematologie de la maladie de Barlow, Arcliiv. de médec des enfants 1913, p. 241 T. XVI.

24

Sluiten