Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vaak komt ook voor de ontwikkeling van een ontsteking van pleura, pericard of peritoneum door perforatie van een ontstekingshaardje in het onderliggende weefsel of als collaterale ontsteking door diffusie van toxinen uit dit ontstekingshaardje. Voor het peritoneum is de perforatie van een gezond orgaan reeds voldoende om een heftige peritonitis te geven.

Doordat de pleura een luchthoudend orgaan bekleedt, dat steriel is, komen luchtophoopingen in de pleuraholte voor, zoodra er een communicatie ontstaan is tusschen een bronchiaalvertakking of longblaasje met de open pleuraholte. Aldus ontstaat een pneumothorax. Ook door trauma kan lucht van buiten af binnéndringen. Deze luchtophoopingen zijn in pericard of peritoneum veel zeldzamer.

PLEURITIS.

SYMPTOMEN.

Men onderscheidt klinisch verschillende vormen van pleuritis, 1°. een pleuritis sicca, 2°. een pleuritis exsudativa, 3°. een pleuritis adhaesiva. Niet zelden kan men bij eenzelfde patiënt achtereenvolgens deze 3 vormen waarnemen, maar herhaaldelijk vindt men slechts de symptomen van een pleuritis sicca, die in korten tijd geneest of ontdekt men het pleura-exsudaat, zonder dat men de pleuritis sicca te voren had waargenomen. Pleuravergroeiingen kunnen weliswaar na resorptie van een exsudaat optreden maar ontstaan evenzoo goed meer primair.

1. PLEURITIS SICCA.

Het kind klaagt over pijn bij de ademhaling, bij hoesten en niezen. De pijn wordt soms — vooral als het kind wat ouder is — nauwkeurig aangegeven op de plaats, waar de ontsteking is gelocalizeerd. Veel vaker evenwel klaagt het kind over pijn in de buik aan den kant van de ontsteking en men kan dan soms vaststellen, dat de pijn wordt aangegeven in het uitbreidingsgebied van de N. intercostalis, die ook dat deel van de pleura, dat ontstoken is, innerveert.

Door de pleuraontsteking ontstaat een hoestprikkel, die zeer hinderlijk kan zijn, omdat het hoesten pijn doet. Ook is, ten gevolge van de pijn, de ademhaling oppervlakkig en frequent.

Bij onderzoek blijkt de zieke kant minder te worden bewogen, en vooral de verplaatsing van de onderste longgrens is sterk verminderd of opgeheven. Absoluut bewijzend is slechts de vondst van het pleura-wrijven. Men kan dit soms met de opgelegde hand al voelen, maar op die wijze is het moeilijk te onderscheiden van

Sluiten