Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

droge bronchitische geruischen. Bij auscultatie is deze vergissing gemakkelijker te vermijden. Het is bijna altijd tot een kleine streek beperkt, is bij in- en expirium gemakkelijk hoorbaar, is ruw van karakter, te vergelijken met het kraken van leder, of met h^t gekraak van een sneeuwbal, die men samendrukt. Het maakt den indruk, alsof het dicht bij het oor ontstaan is, en wisselt vrij sterk op verschillende oogenblikken.

De algemeene verschijnselen zijn vrijwel geheel afhankelijk van de ziekte, die de pleuritis veroorzaakt. Altijd is er koorts en voelt het kind zich wat ziek.

2. PLEURITIS EXSUDATIVA.

Terwijl de hevige pijn bij ademhaling bedaart, en het pleurawrijven hoogstens langs een smalle strook te hooren is, merkt men de ontwikkeling van een exsudaat in de pleuraholte aan toenemende kortademigheid, die met cyanose kan gecombineerd zijn en door het physisch onderzoek. Dit geeft aanvankelijk geen zekere resultaten, maar als het exsudaat groot genoeg is, is het beeld typisch.

Dan vindt men de eene thoraxhelft in zijn geheel uitgezet, welke uitzetting men door meten in getallen kan uitdrukken, en de intercostaalruimten soms wat minder ingezonken. Bij de ademhaling wordt de zieke kant minder bewogen en sleept deze na. De percussie geeft een demping van groote intensiteit, die aan den achterkant de grootste uitbreiding heeft en met een punt tot de werverkolom pleegt te reiken. Naar boven is de demping begrensd door een lijn, die schuin vanaf de wervelkolom naar beneden

loopt om naast de mamillairlijn den onderrand te bereiken of zoodra het exsudaat grooter is verder langs de 4e rib bijv. naar voren te verloopen.

Men vindt bovendien * bij percussie van de gezonde thoraxhelft op den rug een lichte demping van driehoekigen vorm naast de wervelkolom (driehoek van Rauchfuss-Grocco). In de .oksel is ook de voorste der 4 quadranten van Mouriquand gedempt1).

Mouriquand heeft onlangs gewezen op de be- " fig- 124ateekenis van een nauwkeurige percussie van de streek tusschen de voorste en achterste axillairlijn.

In nevenstaande figuur (fig. 124a) is A B de achterste, C D de voorste en E F de middelste axillairlijn. E is de top van de oksej-

') Presse médicale 1919. p. 149,

Sluiten