Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontsteking polynucleaire leucocyten worden gevonden. Zelfs bij de aseptische kleine vochtophoopingen die bij ongeveer elke pneumonie in de pleura zijn te vinden vindt men deze vorm van leucocyten. Bij een empyeem vindt men dikkere pus, waarin zeer vele etterlichaampjes en vaak de oorzakelijke parasiet is te vinden. Indien men een streptococcen-empyeem vrij hoog puncteert, dan verkrijgt men vaak licht troebel vocht, waarin vele streptococcen zijn te vinden, naast talrijke, polynucleaire leucocyten (zie fig. 125).

Het vocht is bij kinderen niet dikwijls haemorrhagisch. Slechts bij heftige acute ontsteking, meestal bij tuberculose, vindt men vrij veel chromocyten.

De gevallen, dat de ontsteking van de pleura is beperkt tot een deel van de pleuraholte, zijn bij kinderen niet heel zeldzaam. Het vrijblijven van de rest der holte is het gevolg van verkleving of vergroeiing van de pleurabladen onderling onder invloed van de ontsteking. Deze pleuritiden in een besloten deel van de holte, kunnen op allerlei plaatsen voorkomen en schijnen voornamelijk na pneumonie op te treden. Bijna altijd is de holte dan met etter gevuld. Zoo ziet men af en toe etterophoopingen in een deel der pleura boven het cor of ook boven een deel der longtoppen op den rug. Bizondere symptomen geven de interlobaire empyemen, waarbij de etter opgehoopt is tusschen de uit elkaar gedrongen lobi van de long. Men vindt daarbij een demping, die als het ware in de lucht hangt en die op den rug, naast de wervelkolom ter hoogte van de 3e of 4° borstwervel wordt gevonden, op welke plaats ook het ademgeluid verzwakt of bronchiaal is. Een Röntgenfoto geeft een typisch beeld (zie lig. 126 en 127)* Meestal is voor deze vormen van ettering in de pleura een operatie geïndiceerd. Soms gelukt het door diepe punctie de etter te vinden en het absces te ontledigen *).

3. PLEURITIS ADHAESIVA.

De last, die iemand van een litteekenvergroeiing der pleurabladen ondervindt, is gewoonlijk zeer gering. Men merkt, dat het kind misschien wat te snel kortademig is bij inspanning. Soms kucht het af en toe, maar dit kan evengoed afhankelijk zijn van een bestaande bronchiaal lymphklierzwelling. Ook de algemeene verschijnselen zijn niet het rechtstreeksche gevolg van de pleuritis adhaesiva.

Het physisch onderzoek brengt aan het licht een afplatting van den thorax zelf, die minder bewogen wordt bij de ademhaling,

') Gorter, Archives de médecine des enfants 1918,

Sluiten