Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wederom slechts bij de zwaardere vormen maar daar ook zeer frequent komen afwijkingen voor van de claviculae. De normale S-vormige kromming is veranderd in een Z-model, doordat op de toppen der bocht scherpe knikken zijn ontstaan. Men voelt deze geknikte sleutelbeenderen naar voren uitpuilen. Ook frakturen komen hier vrij veel voor. Nergens is duidelijker te demonstreeren, dat de rachitis hyperplasie aan de epiphysairlijnen en verweeking van been geeft dan aan de extremiteiten. Men ziet op fig. 135 de epiphysairzwelling aan de polsen. Hier is geen twijfel mogelijk. Maar bij dikke kinderen kan het wel eens moeilijk zijn om te onderscheiden, of de dikte van de polsen wel het gevolg is van rachitis. Palpatie moet te hulp komen om vast te stellen, dat het been is verdikt. Behalve aan de polsen ziet men deze epiphysairzwelling soms nog aan de phalangen van de vingers, maar dit komt slechts bij zware rachitis voor. Aan de onderste extremiteiten kan de zwelling der epiphysairlijnen duidelijk zijn aan de enkels.. Op eenige afstand van de condylus internus voelt men een duidelijke plaatselijke verdikking van de epiphysairgrens.

Ook aan het ondereind van het femur kan men deze verdikking soms waarnemen.

Over het algemeen is deze zwelling der epiphysairlijnen een verschijnsel, dat niet zoo heel spoedig optreedt, en slechts bij sommige vormen van rachitis zeer duidelijk is- Zoo treedt het bij de rachitis der atrophische zuigelingen vaak op de achtergrond, terwijl het bij dikke pasteuze rachitici een der meest belangrijke afwijkingen kan zijn.

De verkrommingen der extremiteiten zijn aan de beenen meestal het duidelijkst. De vorm, die ze aannemen, zijn geheel afhankelijk van de wijze, waarop ze ontstaan. De onderbeenen kunnen krom zijn met een flauwe bocht naar buiten, (O-beenen) of ook kan eenige vingers breed boven de enkel een vrij scherpe hoekige omknikking bestaan, die naar buiten en naar achter is gericht. Deze is meestal het gevolg daarvan, dat de kinderen met de beide beenen gekruist hebben gezeten, toen de beenderen week waren, en men kan dan ook opmerken, dat de aldus misvormde onderbeenen bij een bepaalde houding van het kind precies in elkaar passen. Ook X-beenen ziet men dikwijls. Deze zijn soms het gevolg van verbuiging der tibiae, maar meestal is de oorzaak in de knie gelokalizeerd. Men merkt dan op, dat de stand van het been normaal schijnt als de knie gebogen is. De femora zijn ook herhaaldelijk sterker gekromd dan normaal. Hoekige verbuigingen zijn zeldzaam, als er geen fracturen in het spel zijn. De slechte gang bij rachitis is vaak voor een belangrijk deel het gevolg van een

Sluiten