Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het ziekenhuis, ziet genezen. Trouwens ook proeven bij jonge honden, die rachitis kregen als zij in een klein donker hok werden opgesloten, bewijzen dit.

Murk Jansen heeft als belangrijke factor voor het ontstaan van rachitis gewezen op den invloed van slapte, zwakte en ziekte van de moeder tijdens de graviditeit en wijst tot staving van deze meening op het feit, dat de rachitis in groote gezinnen veel meer voorkomt bij de laatstgeborenen. Het komt mij voor, dat deze invloed slechts de vroege rachitis in dergelijke gezinnen zou kunnen verklaren en dat een schadelijke invloed op het kind zelf grooter beteekenis heeft.

Hoe moet men zich nu voorstellen, dat deze oorzaken de rachitis doen ontstaan. Wat is de pathogenese?

Ik wil — hoewel ik wel inzie daarmee slechts een zeer klein deel van de waarheid te benaderen — vooropstellen en een breede plaats inruimen aan het onderzoek over deze vraag van Marfan j). Deze heeft een uitvoerig histologisch onderzoek verricht van de beenderen bij rachitis en vooral zijn aandacht gewijd aan het beenmerg. Hier zou het eerste begin van de ziekelijke afwijkingen te vinden zijn. Hij beschrijft de microscopische afwijkingen van het begin aldus 2): „Dans une première phase le phénomène principal est une prolifération anormale et aberrante der cellules médullaires. Celles-ci deviennent plus nombreuses, remplissent les aréoles du tissu spongieux, et les extrémités du canal diaphysaire des os longs. De plus on les voit apparaitre dans les points, qui n'en renferment pas a 1'état normal dans les capsules du cartilage hypertrophique, dans les faisceaux vasculofibreux qui envahissent les diverses couches du cartilage, dans les canaux de Havers et dans les intersfices du tissu compact. En même temps il y a un développement excessif des vaisseaux médullaires. Cette prolifération anormale et aberrante des cellules hémo-lymphatiques et cette vascularisation semblent arrêter le dépot de nouvelles couches osseuses, et le processus normal de résorption continuant, peut-être avec exagération on s'explique que dès le début, 1'os commence a se raréfier. Les cariilages d'ossification participent activement au processus irritatif, leurs cellules prolifèrent d'une manière anormale et cette prolifération doit être rapprochée de celle des cellules médullaires."

ij Journal de phyaiologie ot pathol. générale 1919, p. 651, p. 884, p. 912 p. 1058.

Voor een kort overzicht vergelijke men: Marfan, Le rachitisme et sa pathogénie (Actualités médicales, 1911).

2) Cf. Traité de Gilbf.rt et Tuoinot T. XXXIX, p. 327.

Sluiten