Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze afwijkingen zijn voorbijgaand. Ze verklaren de verweeking van het been en de zwelling van de epiphysairlijnen van het begin.

In het tweede stadium zegt Marfan „on voit cesser la prolifération anormale des cellules médullaires", „elles sont progressivement remplacées, par du tissu fibroïde semé de cellules fusiformes ou étoilées, parcouru par des vaisseaux, renfermant par places des amas d'hématies ou de pigment sanguin. En verder: C'est lorsque la moelle est devenue fibreuse que 1'on voit le processus d'ossification recommencer; mais ce processus est anorma), car, au lieu de donner naissance a des dépots d'os nouveau calcifié, il n'aboutit qu'a produire ce tissu dépourvu de calcaire ou a peu prés qui est le tissu osteoïde.'"

Marfan meent dus, dat de storing van de beenvorming veroorzaakt wordt door een ziekte der osteoblasten, die in het begin het gevolg zijn van de afwijkingen van de'beenmergcellen en de kraakbeencellen, later van de fibreuze transformatie van het beenmerg. Nu kan men dus het verband tusschen de genoemde oorzaken van de rachitis — de chronische infectie en intoxicaties — aldus leggen, dat deze een ontstekingachtige irritatie van beenmerg en kraakbeen geven, waardoor de osteoblasten niet meer in staat zijn normaal been te vormen.

Alle stofwisselingsstoringen, die men heeft waargenomen, zullen dan dus secundair zijn aan deze afwijking van de beenderen. Er is niet eerst een gestoorde kalkstof'wisseling en daarna of zelfs daardoor een ziekte van het beenstelsel, die rachitis heet, maar er is een andere verhouding van de kalkstofwisseling, omdat het zieke been geen kalk meer gebruikt bij de abnormale beenvorming, -bij de opbouw van het osteoïde weefsel.

Dat — in tegenstelling eenigszins met wat bij tetanie (zie aldaar) het geval is — een primaire storing van de kalkstofwisseling als oorzaak van rachitis niet in aanmerking kan komen, was op andere gronden reeds lang waarschijnlijk. Als men aan jonge dieren de kalk uit het voedsel weglaat, wordt hun beenstelsel kalkarm, maar ontstaat nooit een histologisch beeld, dat op rachitis gelijkt. Er is slechts een osteoporose waar te nemen. Bovendien is weliswaar het kalkgehalte van het beenstelsel bij rachitis zeer verlaagd, maar blijft het kalkgehalte van het overige organisme vaak even hoog of is zelfs hooger'). Het been zou dus uit de kalk van de rest van het organisme kunnen putten. Hiermee in overeenstemming worden soms bij rachitis ook hooge

') F. v. Noorden's Handbuch der Pathologie des Stoffwechsels II. p. 865.

Sluiten