Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn verlammingen die bij de N. ischiadicus behooren (zie deze), daar dit de eenige zenuw is, die uit de sacraalplexus ontspringt (zie deze). Het zijn de glutaci, de spieren van de achterkant van

ïig. 156. Schema van den plexus sacralis.

de dij, en alle spieren van het onderbeen. Het verschil tusschen de radiculaire en de periphere laesie is slechts het verschil in" localisatie van de sensibiliteitsstoring (fig. 157).

PERIPHERE MONOPLEGrIEËN.

Oogspierverlammingen III, IV en VI.

De aandoening van de periphere N. oculomotorius geeft een paralyse van de inwendige oogspieren, die de pupil vernauwen en voor de accommodatie zorgen, en van de uitwendige oogspieren, behalve die door IV en VI worden" geïnnerveerd.

Tegelijkertijd bestaat er een ptosis door verlamming van de M. levator palpebrae.

Iijpn periphere obduccns (I ^-verlamming geeft een paralyse van de M. rectus externus, waardoor het kind het oog niet ver naar de buitenkant kan bewegen.

Sluiten