Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij de periphere facialisverlamming kan een onderzoek naar de veranderde reactie der spieren op prikkeling met een electrische stroom van veel belang zijn voor de prognose. In den regel is een degeneratiereactie een ongunstig teeken. Omdat onderweg tal van andere zenuwvertakkingen zich met de N. facialis vereenigen en deze voor een deel weer verlaten, kan men de juiste plaats der laesie soms bepalen door te onderzoeken naar de aanwezigheid van enkele bijkomende symptomen.

Er kan bij een aandoening van de N. facialis bovendien voorkomen :

1°. Een verlamming van de M. stapedius, die hyperacousie geelt,

2°. Een smaakstoring op het voorste twee-derde gedeelte van de tong, die afhankelijk is van de vezelen die uit de N. petrosus maior binnen komen om door de chorda tympani de zenuw te verlaten;

3°. Gestoorde sensibiliteit voor drukpijn zou ontstaan door menging met trigeminus-takjes, die buiten de canalis Falloppii

niet meer aanwezig zijn. .

Daar de vezelen van de N. stapedius, chorda tympani en trigeminus in het kanaal met de zenuw vereenigd worden, komen deze bijkomstige verschijnselen slechts voor, als de laesie van de zenuw zich in het kanaal bevindt. Noch boven, noch onder deze plek zijn hyperacousie en smaakstoring bij een facialisverlamming te verwachten (zie lig. 159).

1. N. facialis

2. N. intermedius Wrisbergi of glossopalatinus.

3. N. anastomoticus cum plexu tyrnpanioo.

4. N. stapedius.

5. Ganglion spheno-palatinum.

K. N. lingualis.

7. Plaats van liet foramen stylo-mastoideum.

Fig. 159. Schema van den N. facialis.

N. phrenicus. CIII, CIV en V. (zie fig. 153).

Een laesie van deze zenuw geeft een verlamming van het diaphragma. Hierbij worden tijdens inademing de hypochrondriën ingetrokken, terwijl ze tijdens de expiratie naar buiten uitpuilen, soms is de afwijking eenzijdig.

29

Sluiten