Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

N. axillaris. CV, VI.

Een deltoïdeusverlamming, die het gevolg is van een laesie van deze zenuw geeft tot verschijnsel, dat de arm niet meer cxeabduceerd kan worden, en niet naar voren of achteren bewogen.

N. thoracicus longus. CV, VI en VII.

Een serratusverlamraing blijkt uit de onmogelijkheid om de arm recht naar boven te steken, doordat het schouderblad niet meer aan de romp gefixeerd wordt. Wanneer men het kind de armen horizontaal naar voren laat uitstrekken, dan wordt de voorvlakte van de scapula sterk van de thorax afgelicht en verwijdert de binnenrand zich van de wervelkolom.

N. radialis. C VI, VII, VIII.

Bij de verlamming van de N. radialis, die de triceps en de

Flg" 160<1, Fig. 160S.

extensoren van de onderarm innerveert, is de onderarm in de elleboog gebogen, de hand geproneerd en gebogen in de pols en zijn de vingers in de hand gebogen. Daarbij is het onmogelijk de hand te extendeeren, en de arm uit halfgebogen en halfgeproneerde stand verder te buigen (brachio-radialis), terwijl ook strekken van de vingers in het metacarpo-phalangeaal gewricht onmogelijk is.

Sluiten