Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een aparte vermelding verdienen nog de oogreflexen.

Op gelijke lijn te stellen met huidrefiexen zijn de cornea- en coniunctivareflex. Beide zijn verdwenen bij een laesie van de N. trigeminus of diens centrum.

Veel belangrijker is de pupilreflex. Een vernauwing van de pupil treedt op bij lichtinval, bij accommodatie en convergentie; een verwijding is het gevolg van pijn. Wanneer er licht in het eene oog valt, vernauwt de andere pupil zich mee.

Afgezien van een verdwijnen der lichtreflex van de pupil bij behouden accommodatie- en convergentiereflex, die het gevolg kan zijn van een beiderzijdsche opticusatrophie, of van een laesie van de opticusbanen hoogerop, komen de volgende storingen der pupilreflexen voor.

Allereerst het verschijnsel van Argyll-Robertson, dat bijna uitsluitend bij syphilis, tabes of paralyse voorkomt en waarbij de lichtreflex verdwenen is bij behouden accommodatie- en convergentievernauwing van de pupil. Het ontstaat waarschijnlijk door laesie van de verbinding tusschen opticusbaan en oculomotoriuskernen.

Door laesie van de kernen van de N. oculomotorius kan de pupilreflex verdwenen zijn. Omdat de kernen van accommodatie (M. ciliaris) en pupilvernauwing (sphincter pupillae) dicht bij elkaar liggen zijn meestal beide tegelijk ziek. Soms is er tegelijkertijd een verlamming der uitwendige oogspieren, soms niet. De pupil is hierbij verwijd.

Door een aandoening van de sympathicus ontstaat een pupilvernauwing. Hierbij zijn de reflexen alle behouden.

t

LOCALISATIE.

Deze reflexbanen verloopen aldus. Van de retina wordt de prikkel geleid langs nervi optici, chiasma en tractus opticus naar het corpus quadrigeminum anticum. Daar is een tusschenstation, waar de baan begint, die de kernen van den oculomotorius — voor pupilvernauwing — omspint. Deze tusschenschakelvezelen volgen waarschijnlijk de fontainestraling van Meinert en begeven zich naar de meer ventraal gelegen kernen. Vanaf deze kernen begint het centrifugale deel van de reflex, die voortgeleid wordt

langs de N. oculomotorius tot aan de inwendige oogspieren, (zie fig. 162a.

Sluiten