Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CEREBRALE ANAESTHESIEËN.

Op de hersenschors ligt het centrum van de diepe sensibiliteit op de gyrus postcentralis en strekt zich waarschijnlijk zoowel over een deel van de gyrus praecentralis als over de parietaalwindingen uit en ligt daar in de gyrus supramarginalis en angularis.

Een laesie van de schors geeft soms een tot een enkel plekje van het lichaam beperkte sensibiliteitsstoring. Vaker treedt een corticale hemianaesthesie op.

Deze heeft enkele bizonderheden. Meestal zijn vooral enkele diepe sensibiliteiten gestoord, zoodat de patiënt slecht kan localiseeren, de 2 punten van de passer pas op grooten afstand als 2 herkent en- de stereognostische zin zeer slecht is, terwijl behouden zijn tast-, pijn- en temperatuurzin, maar ook de pijn bij druk op de spieren en de gevoeligheid van het been. . De afwijkingen zijn het sterkst aan de peripherie der extremiteiten, minder erg aan de wortel. Terwijl men vroeger meende, dat een laesie van het achterste deel van de capsula interna ook hemianaesthesie kon geven, neemt men thans aan dat een sub-corticale sensibiliteitsstoring slechts voorkomt bij een laesie van die plek (de centrale kern) van de thalamus opticus, waar de sensible banen eindigen en de thalamo-corticale baan begint.

Deze thalamo-corticale baan (fig. 167 en 169 geel) loopt dan verspreid door de capsula interna heen.

Indien de thalamus gelaedeerd is op de plaats, waar de sensible baan uitkomt (fig. 167 en 169 geel), dan ontstaat een hemianaesthesie, die wel het sterkst is voor de diepe sensibiliteiten, maar waar ook de oppervlakkige min of meer aan meedoen. Bovendien bestaat er kans op het optreden van choreo-athetotische bewegingen en op heftige uitstralende, pijnen in de anaesthetische helft van het lichaam.

Een laesie van pedunculus, pons of verlengde merg kan totale of gedissocieerde hemianaesthesie geven. Dit hangt af van de plaats.

Ook een hemianaesthesia alternans komt voor als de centrale sensible baan tegelijk getroffen is met de kern of baan van de trigeminus. Zelfs bij een aandoening van het allerbovenste halsmerg komt dit voor, omdat dan de afdalende wortel van de trigeminus getroffen is. Is er ook een motorische trigeminus laesie, dan ligt de haard hooger (zie trigeminuskernen op de doorsneden en op fig. 173).

Sluiten