Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

merg. Deze laatste baan, de rubro-spinale baan, die direct na zijn oorsprong kruist, verbindt de roode kern met het ruggemerg.

1. PERIPHERE ATAXIE.

Een onderzoek naar het bestaan van een ataxie bij het loopen wordt vergemakkelijkt door het kind de trap op en af te laten loopen, door het plotseling te laten stilstaan of omkeeren, terwijl het aan het loopen is. Staande met aaneengesloten hakken en gesloten oogen, gaat de atacticus wankelen, en liggende in bed kan hij de kniehielproef niet goed uitvoeren, en kan met zijn voet de hand, die hem voorgehouden wordt niet bereiken, zonder eerst tal van ongecoördineerde bewegingen uit te voeren. In de armen blijkt de ataxie, als men het kind naar de punt van zijn neus laat grijpen, of een speld of lucifer laat aanpakken.

Is de ataxie erger, dan kan het kind niet drinken zonder te morsen en is ook het schrift zeer onregelmatig. Door sluiten van de oogen wordt de ataxie verergerd (teeken van Rombekg).

Deze vorm van ataxie komt voor bij de periphere neuritis (alcohol, Jls en P, diabetes, diphtherie) en bij tabes.

2. MEDÜLLAIRE ATAXIE.

Wanneer niet de achterste wortels (zooals bij tabes) en niet de uitloopers der spinaalganglioncellen naar de peripherie (zooals bij polyneuritis) ziek zijn, maar de centrale uitloopers in het ruggemerg (zie fig. 168 en 169) zal wederom een ataxie ontslaan.

Deze is waargenomen bij intoxicaties (ergotine, diabetes) en bij de ziekte van Fïuedeeich.

De ataxie bij deze ziekten gelijkt veel op die van de tabes, maar sluiten van de oogen verergert de ataxie niet. De gang is eenigszins als van een dronken mensch. Bij het grijpen naar een voorwerp maakt de hand geen onregelmatige uitslagen, maar beschrijft deze een kegel, waarvan het voorwerp de top vormt.

Bovendien zijn er bij deze ataxie steeds choreiforme bewegingen van het hoofd, (knikken) of van de aangezichtsspieren. Ook de tong kan niet stil worden gehouden, en er is nystagmus.

Behalve een medullaire, is er een cerebellaire ataxie. De afwijkingen worden gevonden in de achterstrengen, maar ook in de kleinhersenzijstrengbaan en in de baan van Goweks (zie fig. 168 en 169).

3. CEREBELLAIRE ATAXIE.

Bij de cerebellaire ataxie kan de patiënt vrij goed de geïsoleerde bewegingen uitvoeren, als hij op zijn rug ligt, maar komt een ataxie te voorschijn bij staan en loopen.

Sluiten