Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

achter ,'e lemniscus in het corpus trapezoïdes terecht. Na kruising her/atten zij hun longitudinale loop en gaan achter de olijfkern naar de lemniscus lateralis om in het corpus quadrigenum posticum en het corpus geniculatum mediale te eindigen (zie schema blz. 440). Hier begint het derde neuron, dat in de eerste temporaalwinding op de schors uitkomt

Vanaf de dorsale kern slaan de vezels om de dorsale rand van het corpus restiforme heen, bereiken de bodem van de 4e ventrikel, vormen hier de striae acusticae, dringen naar de diepte van de pons door, kruisen met elkaar en vereenigen zich met de andere groep in de buurt van de olijfkern.

ONDERZOEK.

Behalve subjectieve symptomen als fluiten en brommen in de ooren is er vaak verminderde gehoorscherpte.

Men kan deze onderzoeken met een tikkend horloge of door te fluisteren, of met stemvorken van verschillende toonhoogte.

Om een doofheid door aandoening van de geleiding in het oor te onderscheiden van een centrale doofheid, kan men als volgt te werk gaan.

Men zet een trillende stemvork op het voorhoofd; hoort men deze aan beide ooren even goed of zelfs aan het doove oor beter, dan is er een storing tusschen uitwendige gehoorgang en inwendig oor. Bij centrale doofheid hoort het gezonde oor beter (Weber). Een stemvork wordt op de proc. mastoïdeus gezet, totdat patiënt niets meer hoort, dan onmiddellijk voor het oor gehouden. Normaliter hoort men de stemvork weer, ook als centrale doofheid bestaat, niet bij een middenooraandoening (Rinne).

AETIOLOGIE.

De centrale doofheid kan het gevolg zijn van tumoren van het verlengde merg, waarbij de doofheid ongekruist is of van de pons, waar ze gekruist kan zijn.

Ook aandoeningen van het corp. quadrigemium posterius geven doofheid die meestal bilateraal is.

Bij meningitis is de doofheid meestal het gevolg van compressie van de zenuw.

TROPHISCHE EN VAS0M0T0RE STORINGEN.

BEEN.

Bij tribes en syringomyelie zijn eigenaardige gewrichtsafwijkingen beschreven, die pijnloos zijn, en met groote difformiteiten gepaard gaan. Deze zijn bij kinderen uitermate zeldzaam.

Sluiten