Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Veel meer beteekenis hebben de trophische storingen van het beenstelsel zooals deze voornamelijk bij poliomyelitis en bij hemiplegia spastica infantilis worden waargenomen. Deze zijn het gevolg van een achterblijven in ontwikkeling. Het been isdnnner, vaak ook korter en er bestaat een zekere osteoporose. Bovendien is de vorm anders door het ontbreken van uitsteeksels voor spierinserties. Ook bij neuritis zouden dergelijke groeistoringen voorkomen. Regelmatig zijn ze waar te nemen bij de myopathieën.

HUII).

Trophische storingen van de huid zijn bij aandoeningen der periphere zenuwen van ouds bekend. De huid wordt dunner, de haren vallen uit, de plooien verdwijnen, en het oppervlak is glanzend. Ook blaren kunnen optreden. Soms vertoont de huid meer het aspect als bij ichthyosis of bestaat er oedeem, en er kan zelfs gangraen optreden.

Decubitus ziet men vooral bij myelitis of compressie van het ruggemerg, vrijwel nooit bij poliomyelitis. Ze komt voor op plaatsen, die aan druk blootstaan. Ook bij de poliomyelitis is de huid van de verlamde extremiteit kouder en is de huid dunner, blauwachtig en kan zelfs ulceraties vertoonen, die slecht genezen.

Zeer sterk zijn de trophische storingen bij de hemiairopliia facialis progressiva. Het begin is meestal, dat er op enkele plaatsen van het gezicht plekken ontstaan, die wat verkleurd zijn en weldra inzinken onder het niveau van de gezonde huid. Op die plekken is de huid dun en hard. Weldra breidt het proces zich over de huid van de eene gezichtshelft uit en dan worden gaandeweg ook het subcutane vetweefsel, de spieren en liet been bij deatrophie betrokken. Het gevolg is een zeer scheef gezicht. Soms is de aandoening congenitaal, meestal later verkregen. De oorzaak moet wel in het zenuwstelsel gezocht worden (halssympathicus, ganglion GrASSEBï) maar is overigens onbekend.

Van anderen aard is de trophische storing, die voorkomt bij het irophoedème, die soms congenitaal optreedt en zeer dikwijls familiair voorkomt. Het is een oedeem, dat harder is dan het gewone oedeem, maar toch bij druk een putje nalaat. Het komt veel voor aan een been, en vaak is dan de voet vrij van oedeem, en is de bovengrens zeer scherp.

Het angioneurotische oedeem is ook vaak familiair. In aanvallen komt plotseling een oedeem op van de huid of slijmvliezen. Nu eens wordt een been dan weer een arm, dan een gezichtshelft sterk gezwollen; de huid is gespannen maar niet verkleurd. Hetjjevaar van de ziekte is dat er een plotseling glottisoedeem optreedt.

Sluiten