Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de N. glosso-palatinus (intermed. Wrisbergii) en van de trigeminus (tr. mesencephalicus), en oculomotorius.

Het algemeene beginsel van een reflex in dit systeem volgt de volgende weg. Beschouwen wij eerst het ruggemerg van CVII— LIV. Centripetaal wordt het centrum in de pars intermedia bereikt langs de achterste wortels.

De autonome centripetale zenuw verloopt waarschijnlijk te zamen met de cerebrospinale sensible zenuwen.

Hier liggen kleine ganglioncellen in verschillende groepen (para-central), intermedio-laterale. intermed), waar de centrifugale autonome zenuw begint. Deze verloopt met de voorste wortel naar buiten en verlaat deze door de rami communicantes albi. Van daaruit gaat deze merghoudende zenuw tot het ganglion vertebrale (in de grensstreng van den N. sympathicus) waar een deel der vezels een nieuwe ganglioncel krijgt, om dan zonder mergscheede als rami communicantes grisei naar de ingewanden, haren, vaten en klieren te gaan. Een deel der vezels eindigt niet in de vertebrale gangliën, maar loopt er met zijn mergscheede doorheen om tenslotte in verder gelegen praevertebrale ganglions te eindigen. Aan de peripherie is vaak een derde ganglioncel ingeschakeld. De verbinding tusschen grensstreng en praevertebrale ganglion is de N. splanchnicus.

Hierbij valt op te merken, dat de vezels uit een ruggemerg-1 segment zich over een groot aantal ganglions van de sympathicus verdeelen. Een segmentale localisatie hebben wel deze ganglions, niet de ruggemergscentra.

Voor het halsmerg en het verlengde merg verandert de loop der banen. Allereerst zijn er eigen centripetale vezels, die in het spinaalganglion of de overeenkomstige vaguskern aan aparte cellen eindigen. Deze verloopen in N. splanchnicus en N. vagus. Bovendien zijn er als centrifugale wortels aparte laterale autonome wortels opgetreden. Deze vormen de N. recurrens spinalis, welke overgaat in het ganglion colli superior en het ganglion nodosum vagi (identiek met vertebraal ganglion). Maar bovendien zendt de pars intermedio-lateralis van het halsmerg vezels naar het ganglion colli inferius van de sympathicus, die het bereiken langs den omweg van de 7e voorste wortel door de ramus communicans of langs een directe verbinding met de lste—3° voorste cervikaalwortel (Winkler).

Ook in het verlengde merg en hoogerop is dan het principe hetzelfde. Eigen afferente (centripetale) vezels, en efferente (centrifugale) die eerst een ganglion aan de peripherie moeten doorgaan en praeganglionair wèl, postganglionair géén merg bevatten.

Sluiten