Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

urineveranderingen enz. Vergemakkelijkt wordt de onderscheiding bij zuigelingen, doordat de fontanel bij cholera infantum is ingevallen en bij meningitis uitpuilt en gespannen is.

Vrij groot kan de moeilijkheid zijn van een differentieel-diagnose tusschen de lichte meningeaalprikkeling, zooals deze bij tal van infecties en intoxicaties voorkomt en de echte meningitiden. Men kan daarbij letten op de geringe ernst der symptomen, maar komt zonder lumbaalpunctie zelden tot een besliste overtuiging.

Wanneer bij een kind met een otitis media meningeale* verschijnselen optreden, staat men soms voor de moeilijkheid, om te zeggen, of deze van een echte meningitis afhankelijk zijn dan wel van een meningeaalprikkeling. Zelfs kan men dan door een lumbaalpunctie wel eens van den goeden weg worden afgeleid. Zoo heb ik eens bij een kind met een otitis met mastoïditis de meningeale verschijnselen korten tijd toegeschreven aan een goedaardige meningaalprikkeling, omdat het lumbaalvocht onder verhoogde druk voor den dag kwam, helder was en slechts enkele lymphocyten bevatte. De vreugde, dat er geen acute etterige meningitis bestond, was toen evenwel van korte duur, omdat spoedig bleek dat de meningitis op tuberculose berustte en dus niet rechtstreeks met de otitis samenhing.

De lumbaalpunctie is in bijna, alle andere gevallen noodzakelijk om met zekerheid aard en oorzaak van de meningitis te weten te komen.

De techniek is daarvan bij kinderen zeer eenvoudig. Het kind ligt op de zij met sterk gekromde rug, de kin op de borst en de beenen in de heup zooveel mogelijk gebogen. In deze houding wordt het stevig vastgehouden, waarbij moet worden zorggedragen, dat een lijn, die beide spinae ilei anteriores verbindt, loodrecht staat op het vlak van de tafel. Men denkt nu beide cristae ilei door een lijn verbonden. Onder de plaats, waar deze lijn de wervelkolom treft, steekt men in. De richting is eenigszins schuin naar boven. Men moet tusschen twee processus spinosi in de mediaanlijn doordringen. Zoodra men diep genoeg is, haalt men de mandrijn uit de naald terug en ziet of het vocht afloopt. Soms is het noodig de naald even te draaien of iets terug te trekken, voordat er vocht komt.

Het vocht, waarvan men noteert of het onder sterke druk voor den dag komt, wordt opgevangen voor onderzoek in een steriel buisje. Men ziet dan een groot aantal lymphocyten en soms tuberkelbacillen (zie fig. 179 en 180).

Sluiten