Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

typische flikkerscotomen '). Ook kan het kind duizelig zijn tijdens een aanval.

Een anaesthesie — zelfs van een plek op de hand — zou op migraine kunnen berusten, maar ik betwijfel, of dit wel zoo is. Ook vasomotore verschijnselen ziet men vaak. Soms is de kant van de hoofdpijn warmer en rooder door uitzetting van de bloedvaten, maar het komt ook voor dat er vaatkramp bestaat aan de zieke kant. Het komt mij verkeerd voor om op grond van dit verschijnsel 2 vormen van de migraine te onderscheiden, zooals wel is gedaan.

DIAGNOSE.

De anamnese is een der voornaamste gegevens voor de diagnose. Men kan overigens een typische aanval ook zonder de kennis van het voorkomen bij andere familieleden, wel gemakkelijk herkennen aan de regelmatige periodiciteit der aanvallen. Verwarring met andere oorzaken van hoofdpijn is slechts mogelijk bij kinderen die zeer lichte aanvallen hebben. Verwarring met een trigeminusneuralgie is mogelijk, maar daarbij heeft men de typische drukpijnpunten en is het kind na een aanval niet zoo geheel en al van alle hoofdpijn bevrijd.

Van een organische aandoening der hersenen (tumor of absces) is de migraine meestal gemakkelijk te onderscheiden. Veiligheidshalve zal men in een geval, dat twijfelachtig schijnt, de fundus oculi laten onderzoeken en nauwkeurig de verschijnselen, die op hersendrukverhooging (zie deze) w7ijzen en die niet bij migraine voorkomen, trachten op te sporen. Het spreekt vanzelf, dat een nauwkeurig onderzoek naar de ontwikkeling der verschijnselen, veel tot de diagnose zal kunnen bijdragen.

Bizondere moeilijkheden ondervindt men, als er bij de migraine verschijnselen voorkomen zooals een anaesthesie of parese, die een sterk vermoeden doen opkomen, dat er een locale hersenlaesie bestaat. Het voorbijgaande dezer afwijkingen stelt dan meestal spoedig gerust.

Indien men te doen heeft met een migraine, waarbij tijdens elke aanval de symptomen van een oogspierverlamming optreden, en die bekend is onder de naam migraine ophthalmoplégique, dan is de diagnose toch altijd moeilijk. Dit blijkt wel hieruit, dat er bij een aantal patiënten, die deze afwijking vertoonde toch wel degelijk — al had de ziekte tientallen van jaren bestaan — kleine tuberkeltjes in de buurt der oogspierkernen gevonden zijn.

') Zie de afbeelding in: Allbutt & Rolleston VII, p. 560, in artikel van Mackenzik,

Sluiten