Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aangevoerd, spelen een vrij groote rol in de diagnostiek der rhinologen. Reflectorische uitingen van de intero-receptieve vezels der neusholte op de spieren der bronchi spelen in de kliniek een rol (asthma bronchiale). op de ademhalingsspieren (ademhalingsopwekking bij den pasgeborene door kriebelen in den neus) en op nog gecompliceerder spiercombinaties (mesreflex) zijn zij in het dagelijks leven welbekend.

De centrifugale autonome vezels in den tweeden tak, zijn zoowel

secretorische als vasomotorische.

Prikkeling van het neusslijmvlies, sommige reukstoffen en ook gemoedsbewegingen kunnen bij daarvoor gevoelige personen ten gevolge hebben, dat een sterke stroom eener dunne, kleverige vloeistof plotseling éénof dubbelzijdig uit den neus afvloeit, als uiting der, plotseling reflectorisch opgewekte, verhoogde secretie der slijmvlies-kliertjes in de neusholte.

De secretorische vezels, langs welke dit geschiedt, ontspringen eveneens in de medulla oblongata, worden langs N. glossopalatinus en N. maxillaris in sympathische vlechten geleid en vermoedelijk daar onderbroken. Zij zouden dan door het ganglion spheno-palatinum heen loopen, dat door ons als een spinaal ganglion werd opgevat en langs N. N. nasales het slijmvlies bereiken. Soortgelijke wegen volgen de praeganglionnaire stelsels der vasomotorische vezels, die een onderbreking in de cellen van den plexus caroticus en tympanicus ondergaan en als postganglionnaire wegen dooi het ganglion spheno-palatinum loopen, om langs N. N. nasalis en palatini tot de plaatsen hunner bestemming te komen.

Evenals de vorige is de Nervus maxillaris een tak, die deels centripetaal autonome functies naar het centrum geleidt, deels centrifugale autonome

vezels daarvan wegvoert.

De N. maxillaris loopt langs den ondersten oogkuilsrand in de canalis infra-orbitalis door de fossa spheno-palatina en gaat door het foramen rotundum heen den schedel binnen om het middelste gedeelte van het ganglion Gasseri te bereiken.

De derde oorsprongtak is:

c. de ramus tertius N. trigemini of de N. mandibularis.

In deze zenuw gaat de portio minor N. trigemini in haar geheel ovei en voorziet onder den naam van N. masticatorius, alle kauwspieren (m.in. temporalis, masseter en pterygoïdei) en onder den naam van N. vnylohyoideus, spieren, die den bodem der mondholte stevigheid geven (m. biventer). Deze centrifugale cerebro-spinale wortel, een typische laterale motorische wortel, mengt zich, tijdens zijn loop langs de ondervlakte van het ganglion semilunare, niet met centripetale wortelvezels, maar toch sluiten zich, als hij tot N. masticatorius wordt, een aantal sensibele vezels bij hem aan.

In groot aantal zijn het proprio-receptieve vezels, die langs den N. masticatorius in den hoofdstam worden gebracht en in het ganglion semilunare worden onderbroken. Huidvezels ontvangt de 3de tak ook langs den N. buccalis uit de onderste wanghuid en de streek van den mondhoek.

Sluiten