Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De meerderheid der huidvezels worden aan den derden tak toegevoerd, door den N. auriculo-temporalis uit de streek van het oor en door den N. alveolaris inferior (N. mentalis) uit de streek van kin en onderlip.

In verband met vroegere uiteenzettingen (Deel I, p. 397) en hen thans nader toelichtend is hier de plaats om een schematische indeeling der huidinnervatie van den N. trigeminus te schetsen.

liet schema, dat in fig. 187 is weergegeven, is ontleend aan fig. 190 van Rauber-Kopsch' „Lehrbuch der Anatomie", die het weer uit de topografische Anatomie van Corning hebben overgenomen (fig. 187, schema A).

A. Schema volgens Corning ontleend aan fig. 290 van Rauber-Kopsch' Lehrbuch der Anatomie. De uittredende takken voor de huid van den N. trigeminus zijn daarin aangegeven. Tevens is aangeduid de wijze waarop de mondopening omkranst wordt door huidvezels, afkomstig uit de segmenten Cu, Ci, het complex der distale en dat der proximale oblongata.

B. Schema waarin is uitgedrukt, hoe de metamere huidinnervatie de mondopening omzoomt.

Het is in dier voege gewijzigd, dat daarin tevens is aangegeven de volgorde der segmenten, door welke, naar mijne meening, de huid van het kopeinde van het lichaam wordt geïnnerveerd (fig. 187, schema B). Want de huidinnervatie rondom de mondopening is op soortgelijke leest geschoeid als die rondom de anale opening.

De onderste sacrale segmenten innerveeren huidstrooken, die de caudale darmopening, den anus, in vaste volgorde omkringen, zoodanig, dat de huidring, die den anus omvat, afhangt van het meest distaal gelegen sacrale segment eer de staart-innervatie begint. Op minder overzichtelijke wijze,

Sluiten