Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op de hier schematisch aangegeven wijze wórdt door den N. trigeminus voorzien in de innervatie van de rondom de orale opening gelegen kophüid. Zij geschiedt, gelijk overal aan het lichaam, opvolgend segmentaal. Een onderbreking van de segmentinnervatie vindt niet plaats, al ontbreken dorsale wortels. Want dit gemis is slechts schijnbaar. De dorsale wortels van Ci nemen in een wortel plaats, die op veel hooger niveau het zenuwstelsel verlaat.

Het schema in fig. 187 wil alleen nadruk leggen op het behouden zijn der opeenvolging in de segmentale innervatie. Het beoogt niet de voorstelling te geven alsof er vier ware dermatomen deelnemen aan de innervatie der huid van het hoofd.

In zoover als de medulla oblongata ook een deel uitmaakt van het orgaan voor de metamere huidinnervatie, mag men zich dit orgaan niet voorstellen, als zouden er boven Ci nog maar twee proximale segmenten zijn.

De bedoeling is, uiteen te zetten, dat de metamerie der innervatie rondom de mondopening ononderbroken is en even regelmatig plaats vindt als die rondom de aarsopening. Deze voorstelling zullen wij bij de studie der kernen van den tractus spinalis nader hebben toe te lichten.

De Nervus mandibularis bevat geen smaakvezels. In hoofdstuk VI werd uiteengezet, waarom moet worden aangenomen, dat de smaakvezels, welke wel degelijk in den N. lingualis worden gevonden, langs den N. glosso-palatinus naar de medulla oblongata worden geleid.

Wel bevat de derde tak zeer talrijke vezels voor intero-receptieve perceptie, die hem langs den N. alveolaris inferior (pulpa der tanden) en langs den N. lingualis bereiken.

Wat de centrifugale autonome vezels betreft, zijn de secretorische vezels eveneens reeds uitvoerig besproken. (Deel I, p. 393—396.) De praeganglionnaire weg voor vezels naar de glandula parotis, ligt in den N. glossophar.vngeus, over den N. Jacobsohniï heen tot aan het ganglion oticum.

De praeganglionnaire weg voor vezels naar de glandula submaxillaris, ligt in den N. glosso-palatinus en Chorda tympani tot aan het ganglion subinaxillare.

Deze beide ganglia, aldus autonome praevertebrale ganglia, onderbreken echter tevens vasomotorische vezels, waarvan de praeganglionnaire wegen, zoowel in de laterale zenuwen der medulla oblongata als in den N. mandibularis liggen. De N. mandibularis voert echter weer niet uitsluitend praeganglionnaire wegen, waarschijnlijk ontleent zij aan de sympathische vlechten (tympanicus, caroticus) een groot aantal postganglionnaire wegen.

De N. mandibularis is een gemengde zenuw, die 4 onderscheiden vezelsoorten meevoert.

Hij voert centrifugale en centripetale, cerebrospinale zoowel als autonome vezels. Hij is de machtigste der trigeminustakken, gaat door het foramen ovale den schedel binnen en werpt zich in de meest laterale afdeeling van het ganglion semilinare, terwijl zijn centrifugale wortel daar-

Sluiten