Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afdeeling, die zich in distale richting omslaat. Eindelijk, die van den mesencephalen wortel.

De hersenstam van den mensch leent zich niet goed, om de studie der uitbreiding van de wortelstraling van den N. trigeminus te beginnen. Want ofschoon wij zullen zien, dat zij volgens een volkomen gelijk schema bij alle hoogere vertebraten is opgebouwd, is de buitengemeen groote rijkdom aan transversale ponsvezels in den menschelijken hersenstam een beletsel om den loop dezer wortelvezels naar behooren te overzien. Eerst als men de wortelstraling kent bij dieren, welke niet in het bezit zijn van een machtig transversaal stelsel in den pons Varoli, wordt het overzicht ook bij den mensch gemakkelijk.

De studie van de wortelstraling van den N. trigeminus bij dieren, met nog weinig ontwikkelden pons Varoli, gaat daarom aan die der menschelijke wortelstraling vooraf. Dit heeft bovendien het voordeel, dat men ook de experimenten, waardoor zij beter begrepen is geworden, kan meedeelen.

Aanvangend met de afdeeling der wortelstraling welke gevonden wordt in het niveau, waar de zenuw binnengaat, is hier gekozen een snede door het onderste gedeelte van de Varolsbrug bij een konijn.

Bij weinig dieren is de intracerebrale loop van den zenuw wortel zoo kort als bij dit dier, dat een zeer grooten N. trigeminus naast een zeer gering ontwikkeld ventraal vezelstelsel in den pons Varoli bezit.

In fig. 189 is een normaal vezelpraeparaat van zulk een snede afgebeeld.

De mediaal gelegen portio minor zet zich daar in tra-cerebraal als radix motoria N. V. voort en gaat in ventro-dorsale richting tusschen den nucleus sensibilü N. V. en den nucleus motorius N. V. door, zoodanig, dat zij lateraal van de laatstgenoemde kern is gelegen. Deze wortel begeeft zich derhalve langs den kortsten weg naar zijn kern, den nucleus motorius N. V of nucleus masticatm-ius. Hij omkranst haar langs de latero-dorsale zijde en lost zich als een fontein op in een groot aantal wortel-bundeltjes — de radiatio motoria — langs welke de wortelvezels in alle richtingen de kern binnendringen. Daar de straling slechts een deel van de kern omgeeft en zoowel proximaal als distaal het einde der kern niet bereikt, loopt een deel der distaal binnentredende wortelvezels omhoog en een deel der proximaal binnengetreden wortelvezels, omlaag.

Dientengevolge is de frontale snede door den nucleus masticatorius, vooral in het dorsale kerngedeelte, gekenmerkt door de aanwezigheid van een groot aantal dwarsgetroften vezelveldjes.

De cellen van de motorische kern zijn in groepjes geplaatst, die ongetwijfeld beantwoorden aan de door haar geïnnerveerde spieren. Zij zenden hun axonen in dorsale of dorso-laterale richting en zij zijn het, die tot ascylinders in de wortelvezels worden. Snijdt men den 3den tak door, dan worden verscheidene cellen dezer kern, maar niet allen, in korten tijd tigrolytisch en verdwijnen na langer tijd. Er blijven dan echter steeds eenige intacte cellen over.

Sluiten