Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in het normale vezelpraeparaat daarheen schijnt af te wijken, /ij is dan ook onder deze omstandigheden, in het M a r c h i-praeparaat, niet zwart gekleurd. Als er inderdaad wortelvezels direct naar de kleine hersenen gaan, waaromtrent nog altijd twijfel bij mij bestaat, dan zijn zij zeer weinig in aantal.

Door het M a r c h i-praeparaat leert men derhalve een paar nieuwe bizonderheden kennen, omtrent den oorsprong van den N. trigeminus in het vlak, waarin hij binnentreedt, die niet in het normale vezelpraeparaat te herkennen zijn. Er bestaat een gekruisten oorsprong uit den locus coeruleus (nucleus mesencephalicus en radix mesencephalica) der overzijde. De uit die kern ontsprongen vezels gaan in de radix motoria over. Enkele malen (vergelijk bijv. fig. 193) zag ik na volkomen doorsnijding van den N. trigeminus ook in het midden der raphe spaarzame gedegenereerde vezelkruisingen. De mogelijkheid, dat zeer weinige vezels voor den motorischen wortel uit den nucleus motorius der overzijde ontspringen, loochen ik niet, vooral niet omdat het bijna onmogelijk is om na de doorsnijding van den motorischen wortel alle cellen van den nucleus motorius in tigrolvse te krijgen.

Wij mogen dus aannemen, dat in het niveau waar de drietakkige zenuw de Varolsbrug bereikt, de volgende oorsprongs- en eindkernen zijn aan te wijzen.

De motorische wortel ontspringt:

1°. uit den gelijkzijdigen nucleus motorius N. V.

2°. uit de ventrale cellengroep van den gelijkzijdigen en 3e. uit die van den gekruisten locus coeruleus.

De sensiebele wortel werpt in dit vlak zijn vezels:

4e. in den gelijkzijdigen nucleus sensibilis N. Y.; en hij ontvangt een vezeltoewas uit

5°. de dorsale celpartij van den gelijkzijdigen locus coeruleus.

Misschien wijken eenige van zijn wortelvezels naar de kleine hersenen af.

De wortelvezels van den N. trigeminus kunnen echter veel verder gevolgd worden dan tot aan het vlak, waar zij het zenuwstelsel binnengaan. Zoowel in distale richting — tractus spinalis JV. V. — als in proximale richting — radix mesencephalica N. V — is dit het geval.

Uitvoerig is reeds beschreven, hoe een groot aantal vezels uit de portio major zich direct na hun aankomst in den pons \ aroli distaalwaarts wenden en als de fibrae tractus spinalis N. 1. tot aan het tweede cervicale segment doorloopen.

Men kan den tractus spinalis N. V. en de kernen ervan goed overzien op lengte-doorsneden, die door het horizontale vlak van het centrale orgaan gaan en men kan ook dien bundel aan een reeks dwarse 1 rontale doorsneden door den hersenstam bestudeeren. Aan beide wijzen van doen zijn voordeelen verbonden.

In fig. 191 is een afbeelding gegeven van een horizontale lengte-doorsnede door den hersenstam van een voldragen foetaal konijn. De wortel-

Sluiten