Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

functioneel geheel moet worden aangenomen. Wat als dubbele bewustwording der extero-receptieve impulsen (tastgewaarwording en tast- met pijngewaarwording) in de anatomie van het ruggemerg tot uitdrukking komt, geldt dit voor den N. trigeminus slechts voorzoover hij als huidzenuw in den nucleus gelatinosus eindigt. Een verwante innervatieweg moet voor den N. trigeminus als centripetale zenuw voor de slijmvliezen bestaan. Deze weg voert de intero-receptieve impulsen (pijn zonder aanrakingssensatie) naar het centrum. Een eerste station op dien weg is de nucleus sensibilis b, die echter nog ver distaalwaarts reikt.

Wat de proprio-receptieve vezels betreft, zoo zal straks het bewijs worden geleverd dat de secundaire wegen van den nucleus sensibilis a, zich geheel en al gedragen als de secundaire wegen uit de achterstrengkernen. Zij worden evenals daar, uit celnestjes gerecruteerd, waarop wij bij de bespreking der secundaire trigeminuswegen uitvoerig terugkomen.

Het resultaat dezer beschouwingen laat zich dus samenvaten in de stelling, dat de huidvezels van den N. trigeminus niet verder in de medulla oblongata eindigen als tot daar waar de nucleus gelatinosus traeti spinalis reikt.

Daarentegen is er tussclien nucleus gelatinosus en nucleus sensibilis b nog genoeg verwantschap om de meening te wettigen, dat de intero-receptieve en extero-receptieve vezels van den tractus velerlei punten van overeenkomst zullen bezittten, zooals zij dat ook in de spinale dorsale wortels doen.

Het resultaat dezer beschouwingen kan dus worden samengevat:

le. De vezels uit de huid in den tractus spinalis eindigen in de gelatineuse kern van dien tractus en komen niet veel verder proximaal dan het niveau van den N. glosso-pharyngeus.

2'. De vezels voor intero-receptieve impulsen vinden grootendeels hun einde in den nucleus sensibilis b.

3e. De vezels voor proprio-receptieve impulsen, waarover tot nu toe slechts terloops werd gesproken, eindigen deels in de kern van Burdach, deels in den nucleus sensibibilis a. (Zie volgende §.)

Hoe loopen dan de vezels in den tractus spinalis! Daaromtrent is, sedert Bregmann reeds in 1892 dit voor het eerst heeft gezien, het een en ander bekend geworden.

Wanneer men door de bulla ossea heen, den N. trigeminus doorsnijdt, dan kan men dit, gewoonlijk min of meer van het toeval afhankelijk, volkomen of onvolkomen doen.

In het schema, dat van den loop der trigeminusvezels in de huid is gegeven, wordt aangenomen (zie fig. 187) dat de opvolgende segmentale innervatievelden de mondopening omringen.

Nemen wij thans de beschrijving van den loop der vezels in den tractus spinalis weder op, dan moet er in de eerste plaats op gewezen worden, dat elk der drie takken, in den tractus spinalis N. V door een eigen bundel is vertegenwoordigd. Zooals gezegd, werd in 1892 door Bregmann aangetoond, dat de meest laterale tak, de N. mandibularis, lateraal in de radix

Sluiten