Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De spinale trigeminusstreng vertegenwoordigt dus de distale uitbreiding van de afferente wortelvezels dezer zenuw met hun primaire kernen.

Ook in proximale richting zijn haar wortelvezels echter te volgen. Zij loopen zelfs in een gesloten bundel tot ver in het mesencephalon omhoog. Van daar den naam „radix mesmcephalica K trigemini", welke die vezelbundel draagt.

Immers in het niveau waar de zenuw binnentreedt, hebben wij gedegenereerde bundels van wortelvezels (fig. 190, rad. a1, rad. a2 en rad. b) in dorso-mediale richting zien gaan. Zij gaan naar de grijze stof die den 4<ien ventrikel omgeeft, naar den hoek, waar de laterale en de mediale wand dezer substantia grisea centralis tegen elkander stooten. Op die plaats groote druif-, bes- of blaasvormige cellen, welke de oorsprongscellen dier vezels zijn. Men kan die plaats met het bloote oog aan de blauwachtige kleur herkennen en men noemt haar locus coeruleus.

Tusschen hen in (zie fig. 189) ligt ook een groep middelgroote cellen. Deze is tusschen de twee divergeerende gedegenereerde wortelbundeltjes in gelegen. Oorsprongscellen voor den N. trigeminus zijn zij niet.

Uit de groote besvormige cellen echter ontspringen de wortelvezels voor de radix mesencephalica. Hun axonen loopen ten deele direct naar de radiatio motoria (fig. 190 rad. a1). Ten deele loopen zij, dicht langs den ventralen rand der substantia grisea mediaalwaarts, doorsnijden de raphe vlak onder het ependyma (fig. 190 rad. a2) om de radiatio motoria der overzijde te bereiken en in de radix motoria aldaar over te gaan. Ten deele (fig. 190 rad. b) schijnen zij in de gelijkzijdige radix sensibilis af te wijken.

De wortelvezels, in de frontale snede door het niveau van intreding nog overlangs getroffen, verzamelen zich in een driehoekig vezelveldje, dat latero-ventraal van de groote cellen ligt. De meeste dezer wortelvezels komen van cellen uit een meer proximaal niveau. Begint men bij de radix motoria hen te volgen, dan loopen zij in de rad. a en b, komen in dat veldje, slaan in proximale richting om, blijven voortgaan in de lengte-as van den hersenstam en worden door proximale frontale sneden dwars getroffen. Men ziet ook deze vezels ontaarden, na doorsnijding van den N. trigeminus. Dan kan men ze ver omhoog volgen, tot voorbij den nucleus oculomotorius en de commissura posterior cerebri (zie fig. 193 3—1 en fig. 197). Zij zijn gerangschikt in een smal veldje, dat in dorsolaterale richting langgerekt is. Het ligt langs den uitersten lateralen rand der grijze stof, die den aquaeductus Sylvii omgeeft. Mediaal van dit veldje, gebed in de substantia grisea centralis, vindt men op iedere frontale doorsnede, eenige groote cellen, meestal in groepjes van 2 of 3 bijeengeplaatst, die een zeer kernmerkenden bouw bezitten en zich voordoen in den bekenden bes-, druif- of blaasjesvorm. Zij zijn de oorsprongscellen.

Winkler 11. o

Sluiten