Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hun axonen, de vezels van de radix mesencephalica, nemen dus plaats lateraal van hun zeer lange oorsprongskern, den nucleus mesencephalicus N. trigemini. Hoog in het mesencephalon beginnen kern en wortel met enkele cellen en enkele vezels. Telkens leggen zich nieuwe celuitloopers tegen de uit liooger niveau gekomen vezels aan en aldus wordt de mesencephale wortel machtiger, totdat zij door de beide wortelstralingen in den X. V, voor het grootste deel in de radix motoria, voor een kleiner deel in de radix sensibilis der zenuw overgaat.

Daar waar de wortelvezels naar buiten zullen treden, wordt de kern breeder. Men onderscheidt daaraan de kop of pars triangularis nuclei mesencepliali van het smallere gedeelte. Het aantal cellen is in den kop veel grooter dan elders. Men kan er zelis groepen in onderscheiden. Een dezer groepen is dorsaal, een andere is ventraal geplaatst. Tusschen de ruimte, welke de celgroepen vrijlaten, vindt men middelgroote cellen in den locus coeruleus (tig. 18!»). Meer proximaal wordt de kern smaller. De staart of pars fascicularis nuclei mesencephalici (vergelijk fig. 198) vergezelt den wortel. Gewoonlijk vindt men in de dwarse sneden, welke haar treffen, twee of drie dubbeltallen of drietallen van cellen naast het langgerekte wortelveld. Op twee plaatsen vindt men er meer, n.1.: daar, waar de radix mesencephalica de radix N. trocldearis en de kruising dier wortels passeert, en daar, waar zij ter hoogte van den nucleus oculomotorius getroffen wordt.

De pars fascicularis is dus niet overal even breed. Voorts wordt zij begeleid door een aantal opeengehoopte kleine cellen, mediaal van de groote, die ook in het centrale buisgrauw liggen en naar het mij toeschijnt, wel tot de kern behooren.

Over de wijze, waarop deze kern met de wortels van den N. trigeminus samenhangt, waren de meeningen vroeger zeer verdeeld.

De meeste onderzoekers waren de meening toegedaan, dat de vezels uit de radix mesencephalica uitsluitend overgingen in de radix motoria.

Die meening geldt ook stellig voor de hoofdmassa harer vezels.

Het bewijs ervan wordt geleverd, als men den N. mandibularis perifeer van het ganglion doorsnijdt. Na 14 dagen vindt men dan geen degeneratie in de laterale afdeeling van de portio major, want het ganglion heeft die tegengehouden. Wel is de radix motoria dan" in de axipetale richting gedegenereerd. Met haar ontaarden beiderzijds de radices mesencephalicae zoodanig, dat de degeneratie in die der geopereerde zijde meer intensief is, dan die der andere zijde.

Maar er zijn ook onderzoekers van meening, dat de radix mesencephalica, vezels in den sensiebelen wortel van den N. trigeminus doet overgaan en ik meen, dat ook die meening voor een klein deel harer vezels juist is, op grond van de M a r c h i-degeneratié (zie fig. 190).

ken ding staat echter wel vast. I it de vrij omvangrijke groep kleine cellen van den locus coeruleus ontspringen geen trigeminusvezels. Als Forel ontkent, dat de locus coeruleus de oorsprong van den N. V. is, dan

Sluiten