Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dezer wortels en in den N. trochlearis gedegenereerd worden gevonden, aclit ik het waarschijnlijk, dat de hier bedoelde groo te cellen oorsprongscellen zijn van autonome vezels, die langs den N. trochlearis het zenuwstelsel verlaten.

Op de sneden, die liet corpus quadrigeminum posterior treffen, vindt men het vezelveld van de radix mesencephalica — hier niet geteekend — opnieuw van vorm veranderd. Het dorsale been wordt kleiner, het middenstuk neemt snel in dikte af. Daarentegen wordt het mediale been langer en door de in omvang toenemende formatio reticularis lateralis wordt het van de ventrale zijde uit naar binnen toe ingebocht en uitgerekt. Het aantal der groote, dikwijls in doubletten geschikte cellen, neemt opnieuw af en is ter hoogte van de kern van den N. trochlearis gering in aantal.

Eerst ter hoogte van de kern van den N. oculomotorius — ongeveer in het midden ervan — wordt opnieuw een vermeerdering van de groote cellen langs den wortel waargenomen. Men kan ze langs het dorsale been, langs het dan in dikte zeer verminderde middenstuk en langs het mediale been tot aan de kern van den N. oculomotorius volgen (fig. 206 2). Zelfs verdwalen gewoonlijk enkele dezer kenmerkende celdoubletten tot midden in het gebied van de kern van den N. III.

Daar (zie fig. 20<> 2) is dus een nieuwe aanzwelling van den nucleus mesencephalicus N.V. Maar, terwijl de aanzwelling ter hoogte van den nucleus N. IV. zich in dorsale richting uitbreidde, vindt die ter hoogte van den nucleus N. III in een ventro-mediale richting plaats.

Al deze overwegingen en öok de gronden, die bij de beschrijving van den mesenceplialen quintus-wortel bij het konijn zijn genoemd, dwingen ons de radix mesencephalica te beschouwen als een bundel, die autonome wortelvezels voor den N. trigetninus, N. trochlearis en N. oculomotorius in zich opneemt.

De groote cellen in het distale einde van den nucleus mesencephalicus behooren stellig bij de wortels van den X. trigeminus, die van den echten nucleus coeruleus behooren meerendeels niet bij die zenuw.

De cellen van het middelste kerngedeelte, die de dorsale aanzwelling der mesencephale kern bij de kruising van den N. trochlearis vormen, zenden hun vezels meerendeels in den N. trochlearis De cellen van de ventrale aanzwelling ter hoogte van de middenafdeeling van den nucleus N. ocnlomotorii, geven den oorsprong aan autonome vezels voor den N. III.

In hoeverre de cellen van den eigenlijken nucleus coeruleus eveneens autonome vezels uitzenden (en dan vezels, die in den N. abducens te land komen) kan eerst later behandeld worden, als het segmentencomplex in de Varolsbrug aan de orde is.

Men ziet dus, dat alle hoofdzaken, die voor de radix mesencephalica van het konijn beschreven werden, bij den mensch terugkeeren.

Bij mensch en hoogere vertebraten kan men in den locus coeruleus meerdere kernen onderscheiden:

Sluiten