Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

o. a. olivo-cerebellaire vezels, tot den opbouw van het corpus restifornie bij.

De veldjes van de gelatineuse kern, die in fig. 210 nog te vinden zijn en telkens aan de ventrale punt van de vezellaag weer opduiken, worden voortdurend kleiner en in fig. 211, een snede ter hoogte van het binnentreden van den N. octavus, zijn zij verdwenen.

Fig. 211.

Doorsnede door de medulla oblongata van een menschelijk foetus van 45 cM.

De snede ter hoogte van den N. vestibularis.

ar. ov. c. r. = area ovalis corporis restiformis. fibr. desc. N vest. — fibrae descendentesTï. vestibularis N. octavi. fibr. tr. sp. N. V. = fibrae tracti spinalis N. trigemini. fibr. conc. tr. sp. N. V. — fibrae concomitantes tracti spinalis N. trigemini. n.sens.a. tr.sp.N. V. =. nucleus sensibilis a. tracti spinalis N. trigemini. n. sens. b tr. sp. .V. V. = nucleus sensibilis b. tracti spinalis N. trigemini. J\.vest..\. VIII. = N. vestibularis N. octavi. p.int.c.r. = pars interna corporis restiformis. tub.ac.N. VIII. — tuberculum acusticum N. octavi et N. cochlearis.

De myelinisatie der vezellaag is nog toegenomen, al liggen tusschen de merghoudende vezels in nog een groot aantal mergzwakke of merglooze. Zij zijn echter niet langer in een veld vereenigd.

De kern der trigeminusstreng valt in twee afdeelingen uiteen. De nucleus sensibilis ventralis b ligt ventro-mediaal.

De fibrae concomitantes, kenmerkend voor die kern, zijn ventro-mediaal opeengehoopt en vormen een ventrale punt aan de vezellaag der streng. Latero-dorsaal ligt de veel grooter geworden, uit celnesten opgebouwde,

Sluiten