Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dan breidt de nucleus sensibilis a zich in dorsale richting uit. (Zie fig. 212). De fibrae concomitantes slaan om in den wortel.

De nucleus sensibilis b eindigt als een smalle strook tussclien motorischen wortel en nucleus sensibilis a in. Laatstgenoemde reikt dan nog verder omhoog. Van een nucleus gelatinosus is echter geen sprake meen

De hier beschreven reeks doorsneden uit het menschelijk foetus van 45 c.M. rechtvaardigt opnieuw de vergelijking, dat de spinale trigeminusstreng de languitgestrekte voortzetting is van de zone van Lissauer en van den dorsalen rand van den achterhoorn. Maar de uitrekking is ongelijkmatig. In proximale richting eindigt het eerst het stratum gelatinosum der formatio Kolando spinalis — onze nucleus gelatinosus tracti spinalis. W at dan verder omboog gaat is het stratum spongiosum dorsale en het overschot van den dorsalen rand van den achterhoorn — onze nucleus sensibilis b met de fibrae concomitantes —, die voor een groot deel, maar niet alle, wortelvezels zijn.

De meest mediale afdeeling van den dorsalen rand van den achterboom, de zuilen van Clarke der medulla spinalis, loopen het verst in proximale richting door. Zij worden vertegenwoordigd door onze nucleus sensibilis a.

In het ruggemerg waren de zuilen van Clarke de mediale grens der vezelstraling uit de achterwortels, in de distale medulla oblongata groeiden zij tot de achterstrengkernen uit. En als deze voorbijgaan, komt in de plaats daarvan de nucleus sensibilis a van den N. trigeminus. De spinale trigeminusstreng verschilt, wat het bouwplan aangaat, niet bij den mensch en de hoogere zoogdieren. Bij beiden is zij de verlengde achterhoorn.

Resumeeren wij de uiteenzettingen dezer paragraaf omtrent wortelstrahng en primaire kernen van den N. trigeminus, dan luidt de slotsom ervan als volgt: (Vergelijk fig. 196).

1°. De N. trigeminus is een gemengde wortel, die centrifugale (cerebrospinale zoowel als autonome) vezels en centripetale (van allerlei kwaliteit) herbergt (fig. 186). '

2°. De centrifugale cerebro-spinale vezels, de z.g. motorische vezels, ontspringen uit den nucleus masticatorius N.V. en gaan door de radix motoria en de portio minor N.V. in den N. mandibularis over (Ag 189 190, 203, 204, 212).

3°. De centrifugale autonome vezels ontspringen uit den nucleus mesencephalicus N.\. en loopen in de radix mesencephalica N.V. in distale richting (fig. 187, 198, 199, 205, 206).

4U. Zij gaan voor het meerendeel over:

a. in. de radix motoria. Zij nemen, om de bij hen behoorende svmpathische ganglia te bereiken, plaats in alle takken, gelijk de N. trigeminus een groot aantal autonome vezels van andere herkomst

Sluiten