Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

impulsen over aan secundaire wegen, opdat zij verder zullen worden verwerkt. Tevens zenden de hoogere centra impulsen uit naar de motorische en autonome kernen dezer zenuw.

Het is dus te verwachten, dat er secundaire wegen van zeer verschillende beteekenis zullen zijn.

Vooreerst bestaan er geleidingsbanen, die bepaalde kerngedeelten van den tractus spinalis in verbinding brengen met nabijgelegen motorische kernen en dientengevolge eenvoudige bewegingscombinaties in het leven roepen.

Zij zijn reflexwegen en worden benut, wanneer de van den N. trigeminus afhankelijke reflexbewegingen zich uiten. Men kent zeer vele trigeminusreflexen. Zij gaan zoowel van extero-receptieve, als van intero-receptieve prikkels of van beiden uit. Er zijn slechts zeer weinige direct proprioreceptieve reflexen beschreven, maar juist over de proprio-receptieve functies van den N.V. laat onze kennis veel te wenschen over.

Als de meest belangrijke reflexwerkingen noemen wij :

Vooreerst het masticatiereflex. Het ontstaat wanneer mechanische of chemische prikkels op het inondslijmvlies worden gevolgd door kauwbewegingen. Men heeft recht tot de onderstelling, dat extero- en interoreceptieve prikkels der mondholte door tusschenkomst der proximaal gelegen kernen van den tractus spinalis worden overgedragen op de beide nuclei masticatorii (zie Deel II, blz. 12). Het is een dubbelzijdig reflex en bovendien een rythmisch reflex.

Voorts kent men een zuigreflex. Prikkels van de huid en het slijmvlies der lippen, wekken een rythmische en alterneerende samentrekking van de spieren in de lippen en den m. buccinator, waaraan zich tongbewegingen aansluiten. Men vermoedt een verbindingsweg van de middelste afdeeling der tractus-kernen naar zeer bepaalde gedeelten van den nucleus N. VII. De tongreflexen, van de mondholte uit, zijn nauw met het zuigreflex verwant. Bij al deze bewegingsuitingen ontstaan gelijktijdig klierafscheidingen. Naast de tong- en kauwreflexen staan de afscheidingen uit de speekselklieren, naast het knipreflex staat de afscheiding uit de traanklier.

Het knipreflex der oogen speelt onder de quintusreflexen een groote rol. Zoowel na aanraking der cornea, als der oogharen, ook als gevolg van het steken in de huid van het voorhoofd, worden éénzijdig of dubbelzijdig (bij den mensch) de oogen snel gesloten.

Plet bestaan van dit beschuttingsreflex onderstelt bepaalde verbindingswegen uit de kernen van den tractus spinalis naar bepaalde gedeelten van de facialiskern, andere dan die, welke gebruikt worden als het zuigreflex zich uit.

Samengestelde]- is het niesreflex. Het wordt opgewekt o. a. van uit het neusslijmvlies. Het is een complex van bewegingen, waarbij diepe inspiratie en sluiting der pharynx door een hevige exspiratiestoot bij open glottis wordt gevolgd.

irinkler II. • 5

Sluiten