Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een gekruisten oorsprong van centrifugale wortelvezels uit den nucleus masticatorius der andere zijde (fig. 189).

Daarom wordt vrijwel overeenstemmend (Wallenberg, van Gehuchten) aan de baan, die den nucleus sensibilis «met beide motorische quintuskernen vereenigt en die nog in het niveau van de binnentreding van den N.V. wordt aangetroffen, de functie toegekend van het kauwreflex te geleiden. Zij is dus de baan voor het kauwreflex. Ik heb de overtuiging niet gekregen, dat ontaarde vezels, welke zich schijnbaar van die baan uit begeven in den fascieulus longitudinalis posterior en o. a. in den nucleus N. IV overgaan, bij den N. trigeminus belmoren. Deze reken ik tot den N. vestibularis.

Het is nogal moeilijk, dieren, bij welke deze laesie is teweeggebracht, genoegzaam lang in het leven te houden. De eerste dagen moet men hen kunstmatig voeden, hen dreigt het gevaar der keratitis neuroparalytica, enz.

Van ■ meer gewicht nog dan het mastifleatiereflex, is het knipreflex der oogleden, vooral om de groote beteekenis, die de storingen in den aHoop dezer reflexbeweging in de menschelijke kliniek heeft verkregen.

Het wordt niet alleen door quintus-impulsen, maar ook door optische impulsen te voorschijn geroepen, zoowel door plotseling in het oog vallend schel licht (lichtrellex) als door snelle nadering van een zich naar het oog toebewegend voorwerp (dreigreflex).

Het door impulsen uit het gebied van den N. trigeminus geboren knipreflex, kan op verschillende wijzen gewekt worden:

a. Door aanraking der cornea — het corrieareflex.

b. Door aanraking der oogharen — het wimperreflex.

c. Door steken in de huid of wang. Alsdan is het sluiten der oogleden een deel van een omvangrijker reflex, namelijk van de samentrekking van alle door den N. facialis beheerschte spieren, het reflex door Wernicke beschreven.

Zoowel door intero-receptieve (corneareflex), als door extero-receptieve (wimper- en Wernicke's reflex) trigeminus-impulsen, kan dus het knipreflex tot stand komen.

Het spreekt vanzelf, dat het verdwijnen moet, zoowel wanneer de aanvoerende trigeminustakken, als wanneer de efferente perifere facialistakken verwoest zijn.

Zonder aandoening der perifere kernen of takken, kan echter toch het knipreflex somwijlen niet worden opgewekt, ofschoon daarnevens van andere sensiebele stoornissen in het gebied van den N. V of van motorische in dat van den N. VII niets kan worden vastgesteld.

In die gevallen spreekt men van cornea-arejiexie.

Is dit verschijnsel éénzijdig, dan wordt er vrij groote beteekenis aan gehecht. Want men stelt zich gaarne voor, dat het berust op het wegvallen van verbindingswegen en dat de vezels, die de kernen van den

Sluiten