Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tractus spinalis verbinden met den nucleus N. VII dicht onder het ventrikel-ependyma loopen.

Bij ventrikeltumoren, die uitgaan van het ependyma of van de tela chorioidea van den ventriculus IV of van den aquaeductus Sylvii, bij bruggehoektumoren of bij verweekingshaarden in het tegmentum pontis is niet zelden éénzijdige, ook wel dubbelzijdige, cornea-areflex'ie bij den mensch waargenomen. Uit dien hoofde kent men er zekere waarde aan toe bij de plaatsbepaling der aandoeningen van het tegmentum pontis.

Het is echter zeer de vraag of het wel juist is, zich voor te stellen, dat de bedoelde vezels uitsluitend uit de proximale kernen van den tractus spinalis naar de facialiskern gaan. De experimenteele gegevens, die bij het konijn daarvoor kunnen worden verzameld, wijzen er op, dat de verhoudingen waaronder liet corneareflex verdwijnt zeer gecompliceerd zijn.

Daar is men in staat om een experiment te verrichten, dat reeds in de vorige paragraaf werd vermeld. Wallenberg en later van Gehuchten sneden de zijhelft van de medulla oblongata af. Aldus vernielden zij den tractus spinalis N. V plaatselijk en konden op deze wijze de secundaire banen van den N. trigeminus met de Marchi-methode bij het konijn bestudeeren.

Bij een zoodanig experiment kan men echter zeer verschillende resultaten bereiken en het is daarom- van gewicht 0111 de z.g. operatie van Wallenberg in verschillende onderdeelen te ontleden.

le. Men kan den tractus spinalis zeer oppervlakkig en bepaaldelijk het ventrale gedeelte van zijn vezellaag te zamen met zijn nucleus gelatinosus vernietigen, zooals in de nevenstaande figuur (fig. 214e) is afgebeeld.

Het onmiddellijk resultaat der operatie is dan: Geringe pupilvernauwing, behoud van het corneareflex en dus het uitblijven der keratitis neuroparalytica, terwijl het wimperreflex en het reflex van Wernicke blijvend te niet gaan. Dit experiment is in de vorige paragraaf benut om te bewijzen, dat het huidgebied van den N. ophthalmicus gevoelloos wordt, wanneer de nucleus gelatinosus van den tractus spinalis in de distale medulla oblongata wordt vernield, zonder dat het corneareflex daarom noodzakelijk verdwijnt. Want daar werd de stelling verdedigd, die door Bregman voor het konijn was uitgesproken en door van Valkenburg voor den mensch was bewezen, n.1. dat de N. ophthalmicus naar de hooge cervicale segmenten gaat.

Het knipreflex, als antwoord op huidprikkels, kan dus te niet zijn gegaan, terwijl het 11a aanraking der cornea voortbestaat. Is dit het geval, dan zijn de anatomische gevolgen dier operatie merkwaardig.

De operatie moet oppervlakkig zijn. Met de vezellaag van den tractus spinalis mag slechts zijn nucleus gelatinosus en deze alleen in de ventrale afdeeling vernietigd worden. Onder die omstandigheden dtegenereeren niet de lange secundaire wegen, die door Wallenberg en van Gehuchten zijn beschreven en die ons weldra zullen bezighouden. Er gebeurt iets anders.

Sluiten