Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Er wordt een klein gedegenereerd veldje gevonden in het stuk van de achterstreng, dat zich tussclien de kern van Burdach en den tractus spinalis N. V. inschuift (bij x. in fig. 214).

Dit veld leerden wij reeds vroeger kennen toen wij het degeneratieveld beschreven van de lange ascendeerende achterwortelvezels van Civ tot Cii (zie fig. 141. p. 248. Deel I, en zie ook fig. 208).

De wijze, waarop de degeneratie in ditzelfde veldje en wel in de meest dorsale afdeeling ervan tot stand komt, is in de serie van fig. 214 zichtbaar.

Distaal van de operatiewond (in fig. 214e zwart bij: operatie) is een deel der vezels van den tractus spinalis gedegenereerd en onmiddellijk onder deze wond, in Ci dus (fig. 21-ld), is dit aantal zeer groot. Telkens gaat dan een bundeltje dezer gedegenereerde vezels dwars door den nucleus gelatinosus heen (fig 214c?, c, b) en zoekt het veldje op, dat lateraal van de kern van Burdach gevonden wordt. Zoodra Cu getroffen wordt, herhaalt zich dit. Men ziet duidelijk een inkeeping tusschen de vezels, die van Cu afkomstig zijn (fig. 214c) en die, welke van den tractus afkomstig zijn. Telkens gaat, tegenover een wortelbundeltje van Cii (zonder gedegenereerde vezels) ook een bundeltje gedegenereerde vezels van den tractus spinalis naar het veldje. Vlak onder fig. 214a is het laatste gedegenereerde bundeltje naar het achterstrengveld gegaan en nog meer distaal wordt het veldje niet meer gevonden.

De gedegenereerde vezels van den tractus spinalis loopen dus verschillend ver in distale richting. Even distaal van Cii wendt zich het laatste bundeltje gedegenereerde tractusvezels naar het achterstrengveld, dat in meer proximale sneden, lateraal van Burdach's kern is geplaatst. De vezels van dit bundeltje zetten daarna hun loop in omgekeerde richting, proximaalwaarts, voort. Bij ieder hooger wortelbundeltje van Cii voegt zich een bundeltje gedegeneerde vezels uit den tractus en versterkt het veldje. Bij iederen nieuwen toevloed wordt het veldje grooter en telkens voegen er zich nieuwe vezels bij, die in proximale richting loopen. Ter hoogte van Ci, waar geen achterwortelvezels meer binnentreden, herhaalt zich evenwel de versterking van het gedegenereerde veldje door ontaarde vezels uit den tractus spinalis, die er zich bundelsgewijze van losmaken. Het gedegenereerde veldje is te volgen (fig. 214/en g) tot aan het meest proximale einde van Burdach's kern.

De verklaring van dit degeneratieveld ligt voor de hand.

Vezels van den tractus spinalis, die met de lange ascendeerende wortelvezels der dorsale spinale wortels zijn gelijk te stellen en bij het foetus van 45 c.M. (fig. 208) myeline bezitten, degenereeren in distale richting. Evenals deze zijn zij vezels met proprio-receptieve functie. Zij loopen door tot aan de halssegmenten, bij welke zij behooren, in casu tot Ci, Cn en even distaal daarvan. Daar aangekomen gedragen zij zich echter als waren zij echte lange ascendeerende wortelvezels dezer segmenten. Zij eindigen er niet, maar zij loopen in proximale richting terug. Zij liggen echter in hetzelfde veld, dat voor de lange ascendeerende achter wortels der cervicale

Sluiten