Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

segmenten is bestemd, nemen er de meest dorsale plaats in en eindigen in het proximaalste deel der kern van B u r d a c h.

Er moet wel een oorzaak zijn, waarom deze vezels uit den tractus spinalis niet den kortsten weg naar Burdach's kern zoeken. Zij kunnen zich niet afscheiden van de segmenten, van welke zij afhangen, zij kleven daaraan vast en kunnen eerst van daaruit hun loop in proximale richting beginnen.

Dit experiment bewijst, dat de proprio-receptieve vezels, die in den tractus spinalis naar de hoogste cervicale segmenten loopen, hun eindkern vinden in den nucleus cuneatus. Deze kern mag dus worden aangezien als de eindkern van alle cervicale proprio-receptieve vezels.

De vezels uit de distale afdeeling van den tractus spinalis bezitten geen eigen proprio-receptieve kern. Die rol wordt overgenomen door het laterale stuk van Burdach's kern.

Als deze verdwijnt begint de nucleus sensibilis a (zie hg. 210). Dit is de nieuwe kern voor ontvangst van proprio-receptieve wortelvezels, en van haar gaan nieuwe secundaire wegen uit, gelijk straks zal worden bewezen.

Het is alleszins begrijpelijk, dat bij totale ontaarding van den tractus spinalis, het hier beschreven degeneratieveldje, de aandacht niet tot zich trekt, want het sluit zoozeer onmiddellijk tegen de dorsale tractusvezels aan (zie hg. 208), dat het dan.schijnt alsof het een deel van den tractus uitmaakt. Desniettemin is het ook dan te vinden. Dan blijkt echter (fig. 208), dat het minder intensieve degeneratie vertoont dan het sterk ontaarde veld in de vezellaag van den tractus spinalis zelf. Dit was ook te verwachten. Immers intacte wortelvezels uit Cu en Cm nemen eveneens in het laterodorsale achterstrengveldje plaats. (Deel I, fig. 149). Zij liggen daar gemengd met ontaarde vezels, die wel voor Cu en Ci bestemd zijn, maar in den tractus spinalis N. V. loopen. Daarom is het latero-dorsale achterstrengveld (fig. 193, 7—9) minder volledig gedegenereerd dan het ventrale veld van de vezellaag in den tractus spinalis. Men mist de ontaarding van het laterodorsale achterstrengveld nimmer na doorsnijding van den tractus spinalis, maar als een zelfstandig veldje wordt het eerst dan scherp zichtbaar, wanneer na partieele doorsnijding de dorsale vezellaag in den tractus spinalis onveranderd blijft en er dientengevolge een scherpe scheiding komt tusschen de beide ontaarde veldjes, n.1. het veritrale gedegenereerde vezelveld van den tractus spinalis en het gedegenei'eerde veld der lange ascendeerende achterwortels, die van Cu en Ci afkomstig, in het laterodorsale deel van de achterstreng liggen.

2e. Men kan echter ook het bulbaire deel van den tractus spinalis niet oppervlakkig, maar in vollen omvang afsnijden. Daarmee wordt bedoeld, dat niet alleen de vezellaag en de gelatineuse kern, maar ook de nucleus sensibilis b van dien bundel wordt vernietigd.

Indien dit geschied is en de snede valt zoo hoog, dat het niveau bereikt wordt, waar het proximale einde van den nucleus cuneatus

Sluiten